Een persoon met beperkingen kan voor een algemene voorziening als bedoeld in

artikel 18 lid 1 in aanmerking komen, indien:

  • - aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek of
  • - problemen bij het uitvoeren van mantelzorg

het zelf uitvoeren van één of meer huishoudelijke taken onmogelijk maken en de

algemene hulp bij het voeren van een huishouden dit snel en adequaat kan oplossen.