1. De verlaging als bedoeld in artikel 28 van de wet bedraagt voor de alleenstaande schoolverlater vanaf 21 jaar 10 procent van de gezinsnorm.
2. De verlaging als bedoeld in artikel 28 van de wet bedraagt voor de alleenstaande ouder vanaf 21 jaar, die als schoolverlater is aan te merken, 10 procent van de gezinsnorm.
3. De verlaging als bedoeld in artikel 28 van de wet bedraagt 10 procent van de gezinsnorm op basis van artikel 21 van de wet, wanneer één van de belanghebbenden is aan te merken als een schoolverlater.
4. De verlaging van de norm en/of toeslag bedoeld in het eerste, tweede of derde lid vindt plaats tot uiterlijk zes maanden na het tijdstip van beëindiging van de opleiding.
5. Lid 1 wordt niet toegepast in het geval dat artikel 3 lid 3 van deze verordening is toegepast.
6. Lid 3 wordt niet toegepast als het gezin bestaat uit 3 of meer meerderjarige rechthebbende personen.
Hoofdstuk 3
Artikel 6
Verlaging schoolverlaters
Onderdeel van Toeslagenverordening Wet werk en bijstand 2012