Indien voor een belanghebbende een combinatie van een toeslag op grond van artikel 3 en een of meer verlagingen op grond van de artikelen 4, 5 of 6 geldt, bedraagt de verlaging niet meer dan 25% van het netto minimumloon ten opzichte van de betreffende norm zoals die is vastgesteld in artikel 21 van de wet.
Indien voor een gezin meer dan één verlaging op grond van artikel 4, 5 en 6 geldt, bedraagt de verlaging niet meer dan 25% van het netto minimumloon ten opzichte van de betreffende norm zoals die is vastgesteld in artikel 21 van de wet.