De klachtbehandelaar stelt de klager en degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft in de gelegenheid te worden gehoord.
Van het horen kan worden afgezien, indien de klacht kennelijk ongegrond is of wanneer de klager verklaard heeft geen gebruik te willen maken van het recht gehoord te worden.
Van het horen wordt een verslag opgemaakt.