**1..** In geval van besteding van een spaarbedrag voor voldoening van premies, als bedoeld in artikel 7 sub b:
dient de overeenkomst van levensverzekering te zijn aangegaan met een verzekeraar als bedoeld in artikel 45, vijfde lid van de Wet op de Inkomstenbelasting 1964;
dient de polis van de overeenkomst van levensverzekering onbezwaard deel uit te maken van het vermogen van de deelnemer of dat van zijn echtgenoot;
dienen de termijnen van lijfrente, behoudens in geval van overlijden, niet eerder te kunnen ingaan dan in het vijfde jaar nadat de premies zijn voldaan.
**2..** In geval van besteding van een spaarbedrag voor voldoening van premies, als bedoeld in artikel 7 sub c dient:
de overeenkomst van levensverzekering te voldoen aan artikel 1, onderdeel b van de Wet Toezicht Verzekeringsbedrijf en te zijn aangegaan met een levensverzekeraar als bedoeld in onderdeel g van dat lid ;
de overeenkomst van levensverzekering te zijn gesloten door de deelnemer, zijn echtgenoot dan wel zijn partner hetzij op zijn eigen leven, hetzij op dat van zijn echtgenoot, partner of kinderen voor wie de deelnemer, zijn echtgenoot of partner op 1 januari van het jaar waarin de premie is voldaan recht had op kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet of die zelf recht hadden op studiefinanciering, ingevolge hoofdstuk II van de Wet op de Studiefinanciering ;
de overeenkomst van levensverzekering, voorzover het tijdstip van uitkering niet wordt bepaald door het overlijden van de verzekerde, te voorzien in een looptijd van tenminste vier jaren ;
de polis van de overeenkomst van levensverzekering onbezwaard deel uit te maken van het vermogen van de deelnemer of dat van zijn echtgenoot, dan wel dat van zijn partner.
**3..** Ingeval van besteding van een spaarbedrag voor voldoening van regelmatige inleggingen, als bedoeld in artikel 7 sub d dient te polis te voldoen aan het bepaalde in het tweede lid.
**4..** Met betrekking tot de in artikel 7 sub b, c en d genoemde bestedingen, is ten laste van de spaarloonrekening slechts één dispositie per jaar toegestaan, tenzij het niet mogelijk blijkt een regeling te treffen, waarbij ter voldoening van die verplichting met één betaling per jaar kan worden volstaan.
**5..** Rechtstreekse betalingen van premies voor levensverzekeringen als bedoeld in artikel 7 sub b en c en van inleggingen voor een spaarovereenkomst door de deelnemer als bedoeld in artikel 7 sub d mogen voor de toepassing van artikel 7 worden gelijkgesteld met ten laste van de spaarloonrekening voldane premies.