De aanvraag vermeldt in ieder geval:
de naam en het adres van de aanvrager;
de dagtekening;
de naam van de school en, voor zover van toepassing, het
gebouw ten behoeve waarvan de voorziening is bestemd;
welke voorziening wordt aangevraagd;
de onderbouwing van de noodzaak en de omvang van de gewenste
voorziening;
de geplande aanvangsdatum van uitvoering van de
voorziening.
In aanvulling op de in het eerste lid vermelde gegevens gaat
de aanvraag vergezeld van:
de aanduiding van de gewenste plaats waar de
voorziening moet worden gerealiseerd, indien het een
voorziening betreft als bedoeld in artikel 2, onder
a, onderdelen 1° tot en met 4°;
een rapportage waaruit de bouwkundige noodzaak
blijkt, indien het een voorziening betreft bestaande
uit:
1° nieuwbouw voor de gehele of gedeeltelijke vervanging van een
gebouw;
2° onderhoud aan een gebouw van een school voor basisonderwijs of
van een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs, of;
3° herstel van een constructiefout.
een begroting van de kosten gemoeid met de
uitvoering van de voorziening, indien de aanvraag
betrekking heeft op een voorziening die vergoed
wordt met inachtneming van het bepaalde in bijlage
IV, deel B;
een voor aanbesteding gereed bouwplan en
bouwbegroting, indien de aanvraag volgt op een
toekenning van een vergoeding van de kosten van
bouwvoorbereiding als bedoeld in artikel 27;
indien de aanvraag betrekking heeft op nieuwbouw of
uitbreiding ten behoeve van het voortgezet
onderwijs: een ruimtestudie.
Indien er sprake is van leegstand binnen het scholenbestand
van een schoolbestuur, dient de aanvraag vergezeld te gaan
van een leegstandsreductieplan. In het
leegstandsreductieplan wordt aangegeven, op welke wijze het
betreffende bevoegd gezag de geconstateerde overcapaciteit
terugdringt. De omvang van de overcapaciteit wordt bepaald
aan de hand van de NEN 2580-systematiek. In het IHP
2012-2015 worden 3 mogelijkheden genoemd en toegelicht om,
ingeval van overcapaciteit, deze te reduceren:
A bevorderen medegebruik bij andere scholen;
B stimuleren onderhuur aan organisaties met een maatschappelijke
doelstelling;
C opheffen inefficiënte huisvesting.
4. Bij het ontbreken van een of meer gegevens deelt het college dit
voor 15 februari schriftelijk mee aan de aanvrager. Daarbij wordt de
aanvrager in de gelegenheid gesteld de ontbrekende gegevens voor 15
maart aan te vullen. Indien de aanvrager de vereiste ontbrekende
gegevens niet voor 15 maart heeft verstrekt, neemt het college de
aanvraag niet in behandeling.
HOOFDSTUK 1 › Paragraaf 2
Artikel 7
Gelegenheid tot aanvullen aanvraag; niet behandelen onvolledige aanvraag
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Rotterdam 2012