Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Het eindejaarsbeoordelingsgesprek

Onderdeel van Regeling gesprekscyclus Weststellingwerf 2013

Het eindejaarsbeoordelingsgesprek is een eenzijdig gesprek. De leidinggevende zorgt voor de voorbereiding van het gesprek. Tijdens het eindejaarsbeoordelingsgesprek evalueert en beoordeelt de leidinggevende de in het planningsgesprek gemaakte afspraken. De beoordeling van de (resultaat)afspraken vindt plaats tegen de achtergrond van het functieprofiel, de competenties en van de aan de functievervulling redelijkerwijs te stellen eisen. In het belang van een zo juist mogelijk eindejaarsbeoordelingsgesprek kan de leidinggevende zich - al dan niet op verzoek van de medewerker – laten informeren. De leidinggevende brengt de medewerker hiervan minimaal een week van te voren op de hoogte. De leidinggevende stelt de conclusies van het gesprek binnen een week na het gesprek op. De medewerker en leidinggevende tekenen beide (digitaal) voor akkoord. De leidinggevende legt de conclusies van het gesprek ter accordering voor aan de naasthogere leidinggevende. De conclusies gaan als beoordelingsadvies naar de directie. De directie stelt de eindejaarsbeoordeling vast. De medewerker ontvangt binnen een week na de vaststelling bericht. Indien de medewerker zich niet kan verenigen met de inhoud van de beoordeling en de leidinggevende is niet bereid de inhoud aan te passen, stelt de directie het beoordelingsadvies als voornemen vast. De medewerker dient zijn zienswijze binnen twee weken na het voorlopige besluit van de directie kenbaar te maken bij zijn leidinggevende. In het geval de medewerker zijn zienswijze tegen de voorlopige vaststelling kenbaar maakt, plant de leidinggevende een afspraak met de medewerker, naasthogere leidinggevende en HR-adviseur in. Met in achtneming van de zienswijze neemt de directie een definitief besluit. Na definitieve vaststelling staan bezwaar en beroep open.

Rechtspraak bij dit artikel