Naar hoofdinhoud
a. Indien het erfpachtrecht en/of de opstallen met één of meerdere hypotheekrechten is bezwaard zal de hypotheekhouder aan burgemeester en wethouders een authentiek afschrift van de in de openbare registers ingeschreven hypotheekakte toezenden alsmede een verklaring waarbij de hypotheekhouder verzoekt het te zijnen behoeve in de artikelen 33, onder II, lid c. en onder III, 35 a, 41, 45, lid b., 46, en 49 onder II, lid f., bepaalde te zijnen aanzien van toepassing te achten. b. De in het voorgaande lid genoemde artikelen zullen niet van toepassing zijn ten opzichte van de hypotheekhouders die de in het vorige lid genoemde stukken niet hebben ingeleverd. c. Burgemeester en wethouders zullen de in lid a bedoelde hypotheekhouder tijdig schriftelijk in kennis stellen van een voornemen tot opzegging van het erfpachtrecht of van een wijziging van de grondwaarde waarop de canon gebaseerd is. Wijziging of splitsing van het erfpachtrecht kan uitsluitend plaatsvinden ná voorafgaande schriftelijke toestemming van de hypotheekhouder, met uitzondering van een wijziging van de afkoopsom of de jaarlijks verschuldigde canon.

Rechtspraak bij dit artikel