Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen van
toepassing is, zonder vergunning van het college is geveld,
dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het college
aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de
houtopstand bevond dan wel aan degene die uit andere hoofde
tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de
verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door
hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen
termijn.
Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid
opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke
termijn na herplant en op welke wijze niet geslaagde
beplanting moet worden vervangen.
Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld
in deze afdeling van toepassing is in het voortbestaan
ernstig worden bedreigd, kan het college aan de zakelijk
gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand bevindt
dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van
voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om
overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een
door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen,
waardoor die bedreiging wordt weggenomen;
Degene aan wie een voorschrift of een verplichting als
bedoeld in het eerste, tweede of derde lid is opgelegd,
alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht daaraan te
voldoen.
Hoofdstuk › Afdeling
Artikel 4.3.8
Herplant-/instandhoudingsplicht
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2006