Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 3

Gedragingen

Onderdeel van Afstemmings- en fraudeverordening WWB en IOAW

Gedragingen van een belanghebbende waardoor algemeen geaccepteerde arbeid niet wordt behouden of één van de verplichtingen op grond van artikel 9 WWB, artikel 9a WWB en artikel 55 WWB, respectievelijk artikel 37 IOAW en artikel 38 IOAW niet of onvoldoende worden nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: Eerste categorie: het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij UWV Werkbedrijf of het niet tijdig laten verlengen van deze registratie. het niet of onvoldoende verrichten van een door het college opgedragen tegenprestatie naar vermogen zoals bedoeld in artikel 9, lid 1, sub c WWB of artikel 37. lid 1, sub f IOAW. Tweede categorie: het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling. het niet meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak zoals bedoeld in artikel 44a WWB, indien van toepassing. het onvoldoende nakomen van de verplichtingen zoals bedoeld in artikel 9, lid 1 WWB of artikel 55 WWB, voorzover het gaat om een persoon jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na de melding zoals bedoeld in artikel 43, lid 4 en 5 WWB. Derde categorie: het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen. het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening als bedoeld in artikel 9, lid 1, sub b WWB en artikel 10, lid 1 WWB, respectievelijk artikel 36, lid 1 IOAW en artikel 37, lid 1, sub e IOAW, voor zover dit niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening. het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken de verplichtingen zoals bedoeld in artikel 9, lid 1, sub b WWB, respectievelijk artikel 37, lid 1, sub e IOAW niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder zoals bedoeld in artikel 9a, lid 1 WWB, respectievelijk artikel 38, lid 1 IOAW. Vierde categorie: het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid. het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid. het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening als bedoeld in artikel 9, lid 1, sub b WWB en artikel 10, lid 1 WWB, respectievelijk artikel 36, lid 1 IOAW en artikel 37, lid 1, sub e IOAW, voor zover dit heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel