Gedragingen van een belanghebbende waardoor algemeen geaccepteerde
arbeid niet wordt behouden of één van de verplichtingen op grond van artikel 9 WWB,
artikel 9a WWB en artikel 55 WWB, respectievelijk artikel 37 IOAW en artikel 38
IOAW niet of onvoldoende worden nagekomen, worden onderscheiden in de volgende
categorieën:
Eerste categorie:
het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij UWV
Werkbedrijf of het niet tijdig laten verlengen van deze registratie.
het niet of onvoldoende verrichten van een door het college
opgedragen tegenprestatie naar vermogen zoals bedoeld in artikel 9, lid 1,
sub c WWB of artikel 37. lid 1, sub f IOAW.
Tweede categorie:
het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar
de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling.
het niet meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van
een plan van aanpak zoals bedoeld in artikel 44a WWB, indien van
toepassing.
het onvoldoende nakomen van de verplichtingen zoals bedoeld in
artikel 9, lid 1 WWB of artikel 55 WWB, voorzover het gaat om een persoon
jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na de melding zoals bedoeld in
artikel 43, lid 4 en 5 WWB.
Derde categorie:
het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te
verkrijgen.
het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het college
aangeboden
voorziening als bedoeld in artikel 9, lid 1, sub b WWB en
artikel 10, lid 1 WWB,
respectievelijk artikel 36, lid 1 IOAW en artikel 37, lid 1,
sub e IOAW, voor
zover dit niet heeft geleid tot het geen
doorgang vinden of tot voortijdige
beëindiging van die voorziening.
het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken de
verplichtingen zoals
bedoeld in artikel 9, lid 1, sub b WWB, respectievelijk artikel
37, lid 1, sub e
IOAW niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken
van de
ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder
zoals bedoeld in
artikel 9a, lid 1 WWB, respectievelijk artikel 38, lid 1
IOAW.
Vierde categorie:
het niet aanvaarden van algemeen
geaccepteerde arbeid.
het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde
arbeid.
het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het college
aangeboden voorziening als bedoeld in artikel 9, lid 1, sub b WWB en
artikel 10, lid 1 WWB, respectievelijk artikel 36, lid 1 IOAW en artikel 37, lid 1,
sub e IOAW, voor zover dit heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot
voortijdige beëindiging van die voorziening.