De verlaging bij gedragingen zoals genoemd in artikel 3, wordt vastgesteld op:
- - tien procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie.
- - twintig procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie.
- - vijftig procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie.
- - honderd procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de vierde categorie.