De verlaging bij gedragingen zoals genoemd in artikel 3, wordt
vastgesteld op:
tien procent van de bijstandsnorm gedurende één maand
bij gedragingen van de eerste categorie.
twintig procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij
gedragingen van de tweede categorie.
vijftig procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij
gedragingen van de derde categorie.
honderd procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij
gedragingen van de vierde categorie.
Hoofdstuk 2.
Artikel 4
Hoogte en duur van een verlaging
Onderdeel van Afstemmings- en fraudeverordening WWB en IOAW