Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 5

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

Onderdeel van Afstemmings- en fraudeverordening WWB en IOAW

1.. Een verlaging wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan zoals bedoeld in artikel 18, lid 2 WWB, anders dan het niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid als bedoeld in artikel 3, lid 4, sub b van deze verordening, wordt vastgesteld op 20% van de bijstandsnorm gedurende de periode dat de belanghebbende zonder algemene bijstand had gekund, met een minimumduur van één maand, danwel op 100% van het theoretisch te verstrekken bedrag aan bijzondere bijstand. 2. Onder tekortschietend besef van verantwoordelijkheid wordt in ieder geval gerekend: a.. het verwijtbaar verlies van inkomen anders dan door beëindiging van het dienstverband; b. het te snel interen, danwel buiten het zicht overhevelen van vermogen; c.. het geen gebruik maken, danwel het door eigen toedoen geen gebruik kunnen maken van voorliggende voorzieningen, waaronder sociale zekerheidsuitkeringen; d.. het niet indienen van een alimentatievordering, danwel het afzien van reeds vastgestelde alimentatie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel