Het college kan al dan niet op verzoek van een belanghebbende,
indien de feiten en omstandigheden gewijzigd zijn, de aanwijzing
als beschermd beeldbepalend pand intrekken.
Artikel 13, tweede lid, en artikel 14, eerste en vierde lid,
zijn van overeenkomstige toepassing op het aanwijzingsbesluit.
Indien een beschermd beeldbepalend pand geheel of nagenoeg
geheel teniet is gegaan of indien het monument respectievelijk
het pand wordt ingeschreven in het register als bedoeld in
artikel 6, eerste lid of artikel 7 van de Monumentenwet 1988
respectievelijk het register als bedoeld in artikel 6 van deze
verordening, dan is de aanwijzing als bedoeld in artikel 13,
eerste lid, van rechtswege vervallen.
Het college registreert de intrekking van de aanwijzing en de
zich op basis van het derde lid voordoende omstandigheden op de
lijst van beeldbepalende panden.