Bij het aanvragen van een individuele voorzieningen worden onderstaande beoordelingscriteria gehanteerd.
Medische noodzaak
Grondslag om voor een Wmo-voorziening of dienstverlening in aanmerking te komen is een somatische (lichamelijke, medisch aantoonbare) of psychogeriatrische (geestelijke, door ouderdom veroorzaakte) aandoening of stoornis, een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap, een psychiatrische stoornis of een ernstig psychosociaal probleem dat leidt tot een participatieprobleem op één van de vijf resultaten en valt onder compensatieplicht zoals beschreven in de wet artikel 4.
Wat onder deze zogenaamde grondslagen valt, is goed beschreven in de International Classification of Functioning, Disability and Health (ICF). Verdere omschrijving van de ICF staat in hoofdstuk 10.4 van de beleidsregels.
Ten aanzien van de beperking moet een stabiele toestand bereikt zijn (langdurig noodzakelijk). Dit is het geval als er geen verbetering te verwachten is door behandeling of revalidatie. Is verbetering nog wel te verwachten, dan is eventueel een kortdurende indicatie voor hulp bij het huishouden mogelijk. De duur van de indicatie moet dan afgestemd zijn op de duur van de behandeling of revalidatie en afgestemd zijn met de behandelaar, zowel voor wat betreft de duur van de indicatie als voor wat betreft de noodzaak.
Dit uitgangspunt wordt gehanteerd om te voorkomen dat huishoudelijke hulp (of eventuele andere voorzieningen en zorg) een anti-revaliderende werking hebben en de belanghebbende sterker afhankelijk maken of houden van zorg, dan noodzakelijk.
Behoeften en persoonskenmerken van belanghebbende
Bij het beoordelen welke voorzieningen getroffen gaan worden, neemt het college het verslag van het gesprek, indien aanwezig, als uitgangspunt. Het college gaat uit van de behoeften en persoonskenmerken van de belanghebbende. Daarbij zal onderzoek gedaan worden naar de noodzaak en mogelijkheid tot leveren van maatwerk ten aanzien van het te bereiken resultaat. Bij het onderzoek zal gekeken worden naar wat nodig is, wat mogelijk is en hoe maatwerk ten aanzien van de te bereiken resultaten mogelijk is. Het College kijkt daarbij ook naar de mogelijkheden van belanghebbende om het resultaat zelf te bereiken, bijvoorbeeld met een bepaald hulpmiddel.
Langdurige noodzaak
Voorzieningen zijn in het algemeen bedoeld voor een langdurige en permanente verstrekking, met uitzondering van hulp bij het huishouden. Een voorziening moet geschikt en noodzakelijk zijn om het resultaat te kunnen behalen en de beperkingen te kunnen compenseren. Geschikt wil zeggen, dat de voorziening de beperkingen adequaat compenseert of in voldoende mate compenseert.
Langdurig noodzakelijk wil zeggen, dat de belanghebbende voor langere tijd aangewezen moet zijn op een voorziening.
Voor langere tijd betekent in ieder geval, dat wie tijdelijk beperkingen ondervindt, bijvoorbeeld door een ongeluk, terwijl vaststaat dat deze van voorbijgaande aard zijn, in beginsel slechts voor een voorziening als hulp bij het huishouden in aanmerking komt. In dergelijke gevallen kan men voor eventueel tijdelijk noodzakelijke hulpmiddelen een beroep doen op de kortdurende uitleen (zorgverzekeringswet).
Waar precies de grens ligt tussen kortdurend en langdurig, zal van situatie tot situatie verschillen. In het ene geval ligt de grens op drie maanden, in andere gevallen op een jaar, ook afhankelijk van de aard van de gevraagde voorziening.
In dit kader is de prognose van groot belang. Zegt de prognose dat belanghebbende na enige tijd zonder de benodigde voorzieningen zal kunnen functioneren, dan mag men van een kortdurende noodzaak uitgaan. Bij een wisselend beeld, waarbij verbetering in de toestand situaties van terugval opvolgen kan echter uitgegaan worden van een langdurige noodzaak, mits dat wisselend beeld permanent is.
Adequaat goedkoop
Voorzieningen moeten, naar objectieve maatstaven gemeten, adequaat en vervolgens goedkoop zijn. Met het begrip adequaat wordt bedoeld “hetgeen volgens objectieve maatstaven verantwoord en toereikend” is.
De vraag wat als adequaat moet worden beschouwd, zal steeds moeten worden getoetst aan de omstandigheden waarin de belanghebbende verkeert. Ook hier is dus sprake van maatwerk.
Eigenschappen die kostenverhogend werken, zonder dat zij de voorziening meer adequaat maken, zullen in principe niet voor vergoeding in aanmerking komen.
Het is mogelijk om van het vereiste “goedkoopst” af te wijken, wanneer een bepaalde voorziening, in combinatie met andere voorzieningen het meest adequaat blijkt te zijn, doch niet tegelijkertijd het goedkoopst is.
In een aantal gevallen kan desgevraagd een oplossing worden gekozen die duurder is dan de adequaat goedkoopste voorziening als de belanghebbende bereid is het prijsverschil voor eigen rekening te nemen.
Gedacht kan worden aan een andere kleur of extra accessoires bij een rolstoel of bepaalde inrichtingselementen van de woning, maar ook aan het vervangen van een complete keuken, waar vanuit de Wmo slechts die elementen worden vervangen waarvoor een indicatie bestaat.
Voor bepaalde doelgroepen kan kortdurende Hulp bij het Huishouden, collectief vervoer, woningsanering en een verhuiskostenvergoeding op grond van vastgelegde criteria worden toegekend, zonder dat hiervoor een indicatierapport wordt opgesteld.
De te bereiken resultaten
Hoofdstuk 3
Artikel 3.2
Algemene beoordelingscriteria aanvraag individuele voorzieningen
Onderdeel van Beleidsregels individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Leeuwarden