De commissie legt in elke vergadering en in elk gesprek, met
toepassing van artikel 86 van de Gemeentewet, geheimhouding op
over het behandelde tijdens de vergadering c.q. het gesprek en
de inhoud van de verslagen.
De voorzitter ziet erop toe dat aan het gestelde in het vorige
lid wordt voldaan.
Betrokkenen voorkomen dat op enigerlei wijze de
vertrouwelijkheid en geheimhouding in gevaar komen. In de
voorbereiding kunnen betrokkenen daarom alleen gebruik maken van
eigen kennis en ervaring, van openbare bronnen en van voor dit
doel vertrouwelijk verkregen informatie van adviseurs c.q. door
de commissie te raadplegen personen; dit met inachtneming van
artikel 4 lid 5. Het op andere wijze inwinnen van inlichtingen
of informatie of overleg met derden is uitgesloten. Het inwinnen
van inlichtingen of informatie bij personen als bedoeld, vindt
altijd plaats in aanwezigheid van de voorzitter van de
commissie.
De commissie en haar leden verstrekken geen inzage in de
verslagen noch informatie daarover en over het behandelde
tijdens de gesprekken, aan raadsleden die geen lid zijn van de
commissie, noch aan anderen, behoudens het bepaalde in artikel
7, lid 1 en artikel 9, lid 4.
Eventuele conclusies, aandachtspunten en actiepunten uit het
verslag die betrekking hebben op het functioneren van de raad
kunnen door de voorzitter ter kennis worden gebracht van de
gezamenlijke fractievoorzitters.
De commissie, noch de raad zal de geheimhouding waartoe het
eerste lid verplicht, opheffen.
De commissie treft een voorziening met betrekking tot de wijze
waarop de geheimhouding blijft gewaarborgd bij het beheer van
documenten, het voeren van de correspondentie en bij de bepaling
van plaats en tijdstip van de gesprekken.
De geheimhoudingsplicht blijft na ontbinding van de commissie
van kracht.
Het in dit artikel bepaalde is van overeenkomstige toepassing op
de griffier, de adviseurs en een eventuele externe
adviseur.
Hoofdstuk
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Verordening functioneringsgesprekken burgemeester en raad