De beschikbare formatie bepaalt de maximale omvang van de bezetting.Zowel de structurele als de tijdelijke formatie kunnen met vaste en flexibele bezetting worden ingevuld. In beide gevallen worden de omvang en duur van de inzet begrensd door de aanwezigheid van voldoende dekkingsmiddelen.
Bij de structurele formatie zal het zwaartepunt op een vaste bezetting liggen en bij de tijdelijke formatie op een flexibele bezetting.
Het deel van de structurele formatie dat flexibel bezet wordt, wordt ook wel aangeduid met de term ‘flexibele schil’. Zie ook onderstaande schematische weergave. In de rapportage formatie/bezetting wordt de flexibele schil uitgedrukt in een percentage.Er wordt geen ‘normerend doel’ beoogd met het zichtbaar maken van de flexibele schil; doelstelling is inzicht in de flexibiliteit van de organisatie als geheel, uniformiteit en verhoging van het bewustzijn van het belang van flexibiliteit. Het al dan niet flexibel bezetten van een gedeelte van de structurele formatie is binnen de beschikbare budgetten een bevoegdheid van de sectormanager.De wenselijke omvang van de flexibele schil is afhankelijk van de volgende omstandigheden:
Het fluctueren van de omvang van de structurele formatie met het productievolume (aantal uitkeringsgerechtigden bijvoorbeeld);
Ongelijkmatige verdeling van werkaanbod in de tijd (opvangen productiepieken, seizoenspatronen).