Lid 1
Niet alleen door de algemene bestaanskosten met een ander te delen kunnen er aanzienlijk lagere bestaanskosten zijn maar ook als bepaalde kosten ontbreken. Bij de bijstandsverlening moet met deze lagere bestaanskosten rekening worden gehouden.
Van lagere algemene bestaanskosten als gevolg van de woonsituatie kan sprake zijn bij de bewoning van een woning waaraan geen woonkosten zijn verbonden, bijvoorbeeld in het geval van krakers. De verlaging van norm en/of toeslag bedraagt dan 15% van het minimumloon.
Ook wanneer een derde, bijvoorbeeld een onderhoudsplichtige, de woonkosten betaalt, kan gesproken worden van lagere algemene bestaanskosten voortkomend uit de woonsituatie. In het laatste geval wordt echter niet gekozen voor verlaging van norm en/of toeslag op basis van artikel 27 Wet werk en bijstand, maar voor inkomstenverrekening als bedoeld in artikel 33 van de Wet werk en bijstand. Daarmee wordt de bestaande werkwijze voortgezet.
De situatie van dak- en thuislozen verdient hier aparte aandacht.
Blijkens de toelichting bij artikel 27 van de Wet werk en bijstand kan de gemeente niet zonder meer volstaan met het verstrekken van een lager bedrag aan bijstand vanwege het enkele feit van het ontbreken van woonruimte.
Gemeenten dienen volgens de toelichting dan ook zorg te dragen voor een adequaat voorzieningenniveau voor dak- en thuislozen. Artikel 27 in combinatie met artikel 57 van de Wet werk en bijstand bieden hier mogelijkheden.
Bij de vaststelling van de uitkeringshoogte dient te worden betrokken dat dak- en thuislozen regelmatig kosten zullen moeten maken voor dak- en thuislozenopvang. Binnen Maastricht zijn er verschillende opvangvormen. De uitkeringshoogte is afhankelijk van het soort opvang. Bepaling van die hoogte verlangt dus enig maatwerk. Wanneer bijvoorbeeld gebruik wordt gemaakt van de dagopvang bij het leger des Heils is een toeslag van 20% van het minimumloon op de alleenstaande norm op zijn plaats. Wel moet worden benadrukt dat in die gevallen vaak gegronde redenen zijn om aan te nemen dat een belanghebbende zonder hulp niet in staat is tot een verantwoorde besteding van zijn bestaansmiddelen. Aan de bijstandsverlening kan dan de verplichting worden verbonden dat belanghebbende eraan meewerkt dat de uitkering rechtstreeks wordt overgemaakt aan de betreffende opvanginstantie (artikel 57, eerste lid, van de Wet werk en bijstand).
Naast dak- en thuislozen die gebruik maken van voornoemde dagopvang, zijn er ook die alleen een postadres hebben(via CAD of Leger des Heils). Sommigen daarvan doen geregeld een beroep op de nachtopvang. In het verleden is ten aanzien van deze groep (ook die gebruik maken van de nachtopvang) bepaald dat de lagere algemene kosten van bestaan een verlaging rechtvaardigen van 15% van norm en/of toeslag (Abw-beleidsplan 1999). Er bestaat thans geen aanleiding hiervan af te wijken.
Lid 2
Gelet op de basishuur vermeld in de Wet op de huurtoeslag en er vanuit gaande dat er in de regel ook nog andere woonlasten zijn, zou bij het geheel ontbreken van woonkosten een verlaging op zijn plaats zijn van afgerond, 20% van het netto minimumloon. Er wordt echter niet gekozen voor een verlaging met 20% omdat er bij nader inzien toch nog vaak extra kosten gemaakt moeten worden. Er wordt echter niet gekozen voor een verlaging met 20% omdat er toch nog vaak extra kosten gemaakt moeten worden. Bij krakers komen die kosten voort uit het bewonen van een woning, terwijl de dak- en thuisloze die regelmatig de nachtopvang bezoekt eveneens (zij het beperkte) kosten maakt. Deze worden in alle gevallen geraamd op 5% van het netto minimumloon. Het vorenstaande resulteert dan in een verlaging van norm en/of toeslag van 15% van het netto minimumloon.
Verlaging norm schoolverlaters