1.. Het college draagt zorg voor een adequate vertaling van de verantwoording van de budgethouders naar de verantwoording per programma en product.

2.. Het college legt verantwoording af over de uitvoering van de programma’s en producten, zowel de programma’s met veranderopgaven als de reguliere programma’s. In de verantwoording geeft het college aan:

  • - WAT de gemeente voor de stad, haar inwoners en de stedelijke samenleving heeft bereikt (de maatschappelijke effecten);
  • - WAT het daarvoor gedaan heeft (resultaten);
  • - WELKE lasten en baten daarmee gemoeid zijn geweest;
  • - HOE de resultaten zich verhouden tot de in de begroting gestelde doelen.

3.. De inrichting van de jaarstukken sluit aan bij de programma-indeling van de begroting.

4.. De raad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de programma’s of de beleidsdoelen van de programma’s voor het lopende jaar bijstelling behoeven.