1.. Met inachtneming van de voorschriften in het BBV worden reserves door de raad gedefinieerd.

2.. Reserves worden ingesteld bij expliciet raadsbesluit. Lopende het jaar kunnen worden ingesteld:

  • - bestemmingsreserves;
  • - egalisatiereserves die dienen om tariefschommelingen op te vangen.

    In de begroting en de jaarstukken dient te worden verwezen naar het desbetreffende raadsbesluit.

3.. Instellen van nieuwe reserves ter dekking van kapitaallasten wordt zoveel als mogelijk voorkomen. Eenvoud en transparantie verdient de voorkeur. Investeringen worden gedekt door de structurele kapitaallast in het meerjareninvesteringsplan (MIP) op te nemen en niet door mutaties in specifiek in te stellen bestemmingsreserves.

4.. Structurele uitgaven worden gedekt door middel van structurele dekkingsbronnen. Incidentele uitgaven worden gedekt door incidentele dekkingsbronnen (zoals reserves).

5.. Het aantal reserves wordt zo veel mogelijk beperkt. Hiertoe dient voor reserves bij het instellingsvoorstel informatie te worden verstrekt over:

  • - doel van de reserve;
  • - motief voor de instelling;
  • - voeding ervan;
  • - maximale hoogte;
  • - maximale duur;
  • - bestedingsraming voor de komende jaren.

6.. Over reserves wordt in principe geen rente vergoed. Hierop wordt een uitzondering gemaakt voor reserves, die gevoed zijn door bijdragen voor investeringen. Aan investeringsbijdragen die de boekwaarde van de bijbehorende investeringen overstijgen wordt geen rente toegerekend.

7.. Reserves worden jaarlijks geactualiseerd en getoetst.

8.. Het college rapporteert zowel in de begroting als in de jaarstukken over de stand van zaken ten aanzien van de reserves.