1.. Resultaten worden verrekend met de algemene reserve (AR) of met bestemmingsreserves.

2.. Om ongewenste schommelingen op te vangen in budgetten waarvan de uitputting overwegend door derden wordt beïnvloed kunnen egalisatiereserves worden gevormd. (Egalisatie)reserves kunnen nooit negatief zijn.

3.. Dotaties aan en onttrekkingen uit reserves (bestemmingsreserve en algemene reserve) worden vastgesteld door de raad.

4.. Een gebonden reserve is een reserve ter dekking van structurele lasten in de begroting (bijvoorbeeld kapitaallasten) of ter dekking van een specifiek risico. Een ongebonden reserve is een reserve die ingesteld is om als buffer te dienen voor schommelingen in budgetten of projecten en waaraan een specifiek beleidsdoel ten grondslag ligt.

5.. De stand van de algemene reserve en de afzonderlijke bestemmingsreserves mag niet negatief zijn.

6.. In de nota Weerstandsvermogen en risicomanagement is vastgelegd dat wanneer het weerstandsvermogen onder de minimale norm bij een zekerheidspercentage van 75% komt, de reservepositie aangezuiverd moet worden. Als het weerstandsvermogen tussen de 75% en de 90% ligt, worden er geen bestedingsvoorstellen ten laste van de AR gedaan.

7.. Bij een positief resultaat en een weerstandsvermogen boven de door de raad vastgestelde norm van 90% kan het college bestedingsvoorstellen doen aan de raad ten laste van de AR in het komende jaar. De bestedingsvoorstellen dienen expliciet door de raad goedgekeurd te worden.

8.. De raad besluit tot de vorming van een bestemmingsreserve met inachtneming van het gestelde in lid 5 van art. 15a.

9.. Het opheffen van een ongebonden reserve (egalisatie, projecten en overig) is alleen mogelijk als het achterliggende beleidsdoel komt te vervallen of is gerealiseerd. Het opheffen van een gebonden reserve (bijvoorbeeld ter dekking van kapitaallasten of een specifiek risico) is niet mogelijk zonder dat hierdoor een tekort in de begroting ontstaat. Opheffen van een gebonden reserve is alleen mogelijk als tegenover dit tekort structurele dekking wordt aangewezen.

10.. Vrijval van een bestemmingsreserve (door vervallen achterliggend beleidsdoel) komt ten gunste aan de AR. Indien een nieuwe bestemmingsreserve gewenst is, kan het college aan de raad voorstellen deze in te stellen met inachtneming van het gestelde in lid 5 van art. 15a.