Het college kan een financiële tegemoetkoming verlenen in de kosten van tijdelijke huisvesting, zoals bedoeld in artikel 6.6 lid 1 sub e van de Verordening, die door de persoon met beperkingen moeten worden gemaakt in verband met het aanpassen van:
zijn huidige woonruimte;
de nog te betrekken woonruimte.
De hoogte van de in lid 1 bedoelde financiële tegemoetkoming is gelijk aan de werkelijk gemaakte kosten, met een maximum van:
€ 545,-- per maand bij een zelfstandige woonvorm of het langer aanhouden van het te verlaten pand;
€ 270,-- per maand voor een niet zelfstandige woonruimte.
De financiële tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid wordt uitsluitend verleend voor de periode dat de aan te passen woonruimte ten gevolge van het realiseren van de aanpassing van bouwtechnische of bouwkundige aard zoals bedoeld in artikel 6.6 lid 1 sub b van de Verordening niet bewoond kan worden en de persoon als gevolg daarvan voor dubbele woonlasten komt te staan.
Het college verleent slechts een financiële tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting als de persoon redelijkerwijs niet had kunnen voorkomen dat hij dubbele woonlasten heeft.
De maximale duur van de financiële tegemoetkoming als bedoeld in lid 4 bedraagt 6 maanden.
Subparagraaf 2.6 Kosten huurderving
HOOFDSTUK 2:
Artikel 2.13
Kosten in verband met tijdelijke huisvesting
Onderdeel van Besluit nadere regels Wmo 2013