Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2:

Artikel 2.14

Huurderving

Onderdeel van Besluit nadere regels Wmo 2013

In geval van huurbeëindiging van een aangepaste woonruimte kan het college een financiële tegemoetkoming verlenen aan de eigenaar van de woning in verband met derving van huurinkomsten. Een financiële tegemoetkoming in verband met de derving van huurinkomsten als bedoeld in de artikel 6.6 lid 1 sub f van de Verordening wordt slechts verstrekt indien de betreffende woonruimte is aangepast voor meer dan € 6.475,--. De hoogte van een financiële tegemoetkoming in de kosten van huurderving als bedoeld in artikel 6.6 lid 1 sub f van de Verordening is gelijk aan de werkelijke (kale) huur. De maximale duur gedurende welke een financiële tegemoetkoming in verband met de derving van huurinkomsten als bedoeld in artikel 6.6 lid 1 sub f van de Verordening kan worden verstrekt, bedraagt: 2 maanden voor woningen waarvan de kosten van aanpassing liggen tussen € 6.475,-- en € 18.000,--; 4 maanden voor woningen waarvan de kosten van aanpassing hoger zijn dan € 18.000,--. De in het vorige lid genoemde periode kan op voorstel van het college met ten hoogste drie maanden worden verlengd indien vaststaat dat binnen deze periode een persoon met beperkingen voor de woning in aanmerking komt. Geen financiële tegemoetkoming in verband met de derving van huurinkomsten als bedoeld in artikel 6.6 lid 1 sub f van de Verordening wordt verstrekt voor huurderving over de eerste maand aansluitend op de datum waarop de geldigheidsduur van de huurovereenkomst is verstreken. Subparagraaf 2.7 Verwijderen van voorzieningen

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel