**1..** Het persoonsgebonden budget voor de kosten bedoeld in artikel 6.13 lid 1 sub a, b, en c van de Verordening is gelijk aan de kosten van de goedkoopst compenserende voorziening gedurende de economische levensduur die de leverancier bij de gemeente in rekening zou hebben gebracht in geval van levering in natura. Indien van toepassing, zijn deze kosten inclusief de kosten van onderhoud en reparatie. Indicatie termijnen economische levensduur
**2..** De hoogte van een te verlenen persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 6.13 lid 1 sub b van de Verordening wordt bepaald op het totaalbedrag van de door een erkende leverancier uitgebrachte en door het college geaccordeerde offerte.
HOOFDSTUK 2:
Artikel 2.32
Hoogte persoonsgebonden budget rolstoelvoorzieningen
Onderdeel van Besluit nadere regels Wmo 2013