1. Het wezenpensioen wordt herberekend overeenkomstig de
artikelen 32 en 33, wanneer het nabestaandenpensioen of het
bijzonder nabestaandenpensioen van de ouder wegens diens
overlijden is geëindigd.
2. Wanneer het nabestaandenpensioen van de ouder krachtens
artikel 31 wegens hertrouwen dan wel een aanmelding opnieuw
wordt vastgelegd, wordt het wezenpensioen bedoeld in artikel 32,
eerste lid, onder a, verhoogd met een bedrag dat zich verhoudt
tot het bedrag van dat wezenpensioen, zoals het verschil tussen
het nabestaandenpensioen bedoeld in artikel 28 voor en na de
toepassing van artikel 31 zich verhoudt tot dat
nabestaandenpensioen vóór die toepassing.
3. Voor de toepassing van dit artikel is artikel 32, tweede lid
van overeenkomstige toepassing.
Afdeling 2 › Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2
Artikel 34
Herberekening wezenpensioen
Onderdeel van Uitkerings- en pensioenverordening wethouders