Eerste lid
Het recht van de gebruiker wordt geheven naar het aantal kubieke meters afvalwater. Hoe
deze hoeveelheid wordt berekend is bepaald in het tweede lid van artikel 4. Niet alle
eigendommen in de gemeente zijn individueel van een watermeter voorzien. Ten aanzien van
deze eigendommen zal met aannames moeten worden gewerkt. Daarbij valt te denken aan
een forfaitaire benadering. Er kan rekening worden gehouden met de aanwezigheid van een
één- of meerpersoonshuishouden of andere differentiaties die een relatie met het verbruik
hebben.
Hof Den Bosch vond een forfait waarbij de niet bemeterde eigendommen een
verbruiksklasse hoger ingedeeld werden dan ze gemiddeld verbruikten, leiden tot een
willekeurige en onredelijke heffing (Hof Den Bosch 3 februari 2004, nr. 96/01941, LJN:
AQ4652). Hieruit kan de conclusie worden getrokken dat de gemeente het forfait wel in
enige mate cijfermatig moet kunnen onderbouwen, bijvoorbeeld met het gemiddelde
waterverbruik.
Tweede lid en Derde lid
In dit lid is een aantal mogelijkheden uitgewerkt waarin bepalingen zijn opgenomen ter
berekening van de hoeveelheid afgevoerd afvalwater. Deze afgevoerde hoeveelheid
afvalwater wordt gesteld op een percentage van de hoeveelheid water die in een bepaalde periode naar het eigendom is toegevoerd of is opgepompt. De hoeveelheid water wordt uitgedrukt in kubieke meters. Het begrip 'toevoeren' dient ruim te worden opgevat. Ook hemelwater valt onder dit begrip.
Op grond van het 'Besluit gegevensverstrekking gemeentelijke belastingheffing (Stb. 1995,
346) kunnen gemeenten de waterleidingbedrijven verplichten de waterverstrekkingsgegevens
ter beschikking te stellen.
Behalve door toevoer van water kan het eigendom ook van water worden voorzien door het
oppompen van water. De hoeveelheid opgepompt water kan worden berekend aan de hand
van de gegevens van de pompinstallatie, waarover in het derde lid nog een bepaling is
opgenomen.
Als periode waarover de hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water bepalend is voor de
afgevoerde hoeveelheid afvalwater geldt de laatste verbruiksperiode, beoordeeld aan het
begin van het belastingjaar.
Er is tevens een herleidingsbepaling opgenomen. Deze bepaling dient er toe om vast te
kunnen stellen hoeveel water naar een eigendom is toegevoerd of is opgepompt in een
periode van twaalf maanden indien de verbruiksperiode van het waterleidingbedrijf niet
gelijk is aan twaalf maanden. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een maand voor een
volle maand gerekend. Een dergelijke bepaling werkt in het voordeel van de
belastingplichtige. De noemer in de breuk is altijd één groter dan wanneer een gedeelte van
een maand niet meegerekend zou worden. De teller in de breuk wordt bij de herleiding naar
tijdsgelang gesteld op 12 (maanden). Voorbeeld: de verbruiksperiode van het
waterleidingbedrijf is 14,5 maand. Deze periode wordt afgerond op 15 maanden omdat een
gedeelte van een maand voor een volle maand wordt gerekend. De herleidingsformule luidt:
12:15 x afgenomen hoeveelheid water in de verbruiksperiode van 14,5 maand. De formule
ziet er dan zo uit: afgenomen hoeveelheid water x 12 = herleide hoeveelheid 15
Vierde lid
Op grond van artikel 11, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Grondwaterwet (Stb. 1981,
392), is degene die grondwater onttrekt verplicht de hoeveelheid onttrokken grondwater te
meten en daarvan aantekening te houden. Daarmee is een deel van de hoeveelheid
opgepompt water bekend en kunnen deze gegevens mede worden gebruikt voor de
berekening van de hoeveelheid afgevoerd water. Tevens kan water worden opgepompt
waarop of wel het bepaalde in artikel 11 van de Grondwaterwet niet van toepassing is
(bijvoorbeeld bij het oppompen van oppervlaktewater), of wel de in dat artikel verplicht
gestelde meting niet wordt uitgevoerd.
In een dergelijke situatie kan de hoeveelheid opgepompt water worden berekend aan de hand
van een watermeter of een bedrijfsurenteller.
Indien de belastingplichtige niet al het toegevoerde of opgepompte water als afvalwater
afvoert op de gemeentelijke riolering, dient de op andere wijze afgevoerde hoeveelheid in
mindering gebracht te worden op de in het derde lid berekende hoeveelheid. Het gaat in dit
artikellid om berekenbare hoeveelheden die op andere wijze worden afgevoerd. Hierbij kan
het met name gaan om waterverwerkende industrieën (bierbrouwerij, limonadefabriek) of
afvoer van water op niet openbaar gemeentewater. Tevens kan zich de situatie voordoen dat
water wordt geïnfiltreerd. In dat geval geldt ook de verplichting dat deze hoeveelheid dient te
worden gemeten en dat daarvan aantekening wordt gehouden (artikel 11, tweede lid, van de
Grondwaterwet).