**1..** De geldigheid van parkeervergunningen en bijzondere vergunningen gaat in op de eerste dag van de maand, tenzij het college de ingang van de geldigheid bij nadere regeling anders heeft geregeld.
**2..** De parkeervergunningen vermeld in artikel 7, eerste lid, onder a tot en met l, zijn steeds geldig voor een periode van zes maanden, met dien verstande dat de geldigheid van de overloopvergunning onmiddellijk eindigt indien de houder niet langer op de in artikel 34 bedoelde wachtlijst staat.
**3..** In afwijking van het tweede lid kan de geldigheid van de parkeervergunningen, vermeld in artikel 7, eerste lid, onder a tot en met l, korter zijn dan zes maanden, indien:
dat nodig is om de afloop aan te sluiten aan de periodieke verlenging als bedoeld in het zevende lid;
de vergunninghouder verhuist naar een ander vergunninggebied;
de vergunninghouder niet meer voldoet aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze verordening of de vigerende Verordening Parkeerbelasting
het college voor stadsbrede autodeelvergunningen in een nadere regeling een datum heeft vastgesteld waarop de geldigheid van alle stadsbrede autodeelvergunningen eindigt;
**4..** In afwijking van het tweede lid, wordt een vergunning die is verleend op grond van artikel 9, zevende lid of artikel 10, dertiende lid, verleend voor de periode waarin de stallingsplaats of belanghebbendenparkeerplaats ten gevolge van wegwerkzaamheden niet beschikbaar is.
**5..** De belanghebbendenvergunning, de bezoekersvergunning en de kraskaartvergunning, verleend op basis van artikel 23, eerste lid, zijn geldig voor een periode van twee jaar, tenzij anders is vermeld op de in artikel 25, vierde lid, genoemde lijst of het recht op de vergunning eerder komt te vervallen.
**6..** De GA-parkeervergunning voor bewoners en de GA-parkeervergunning voor bezoekers zijn maximaal geldig voor een periode van vijf jaar, tenzij het recht op de vergunning eerder komt te vervallen.
**7..** Behoudens het bepaalde in het achtste lid wordt de geldigheid van de in het tweede lid bedoelde parkeervergunningen en de kraskaartvergunning, verleend op basis van artikel 23, tweede lid, steeds stilzwijgend verlengd voor een periode van zes maanden, zolang is voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze verordening en de verschuldigde parkeerbelasting tijdig is voldaan.
**8..** De geldigheid van de mantelzorgvergunning wordt eenmalig stilzwijgend verlengd, mits is voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze verordening en de verschuldigde parkeerbelasting tijdig is voldaan
In afwijking van sub a wordt de geldigheid van de mantelzorgvergunning stilzwijgend verlengd, indien een indicatie mantelzorgverklaring is overlegd die voor een bepaalde en langere periode is afgegeven, mits is voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze verordening en de verschuldigde parkeerbelasting tijdig is voldaan, met dien verstande dat de mantelzorgvergunning niet meer stilzwijgend wordt verlengd indien de indicatie mantelzorgverklaring is verlopen dan wel vijf jaar zijn verstreken sinds de indicatie mantelzorgverklaring is overlegd
** 9. .** De geldigheid van de in het vijfde lid bedoelde vergunningen wordt steeds stilzwijgend verlengd voor een periode van twee jaar, zolang voldaan is aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze verordening.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 5.
Artikel 27
Geldigheidsduur vergunningen
Onderdeel van Parkeerverordening 2013