Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 6

Overige zaken

Onderdeel van Parkeerverordening 2013

1.. Het college kan regels vaststellen omtrent: het mogelijk maken van een uitzondering als bedoeld in artikel 10, achtste lid; het van toepassing zijn van de extra voorwaarde, genoemd in artikel 10, twaalfde lid; het maximum aantal sportverenigingvergunningen per sportorganisatie als bedoeld in artikel 13, derde lid; het beperken van het maximum aantal uren dat tegen gereduceerd tarief kan worden geparkeerd als bedoeld in artikel 24 derde lid; het beperken van de geldigheid van de bezoekersvergunning als bedoeld in artikel 25, zesde lid voor een beperkt aantal bloktijden; het beperken van de geldigheid van een parkeervergunning als bedoeld in artikel 28, vierde lid; de ingangsdatum van parkeervergunningen en bijzondere vergunningen indien deze anders is dan de eerste van de maand; het instellen van een parkeerduurbeperking als bedoeld in artikel 31; het maken van een uitzondering als bedoeld in artikel 31, zesde lid. 2.. Het college kan, gehoord de stadsdelen, nadere regels vaststellen omtrent: het wijzigen van het kenteken waarvoor een vergunning is verleend; een overgangsregeling voor de uitgifte van de belanghebbendenvergunning als bedoeld in artikel 25, indien er een wachtlijst als bedoeld in artikel 34 is; het buitenwerking stellen van artikel 32, zesde lid, alsmede artikel 34, derde lid,  indien een overgangsregeling als bedoeld onder b is ingesteld; de geldigheidsduur van de belanghebbendenvergunning die geldig is op een kwaliteitstaxistandplaats; het buiten werking stellen van de onder c genoemde bepalingen; het wijzigen van het kenteken van vergunningen met wisselend kenteken als bedoeld in de artikelen 11, 13, 14, 15, 18, 19 en 25.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel