Naar hoofdinhoud
1.. De erfpachter is verplicht onder de voorwaarden en binnen de termijnen daartoe in de overeenkomst van erfpachtsgunning gesteld: de grond op behoorlijke wijze overeenkomstig de in de overeenkomst van erfpachtsgunning aangegeven bestemming in te richten en ingericht te houden; de grond en eventueel te bouwen opstallen overeenkomstig de in de overeenkomst van erfpachtsgunning aangegeven bestemming in gebruik te nemen en te gebruiken; voor zijn rekening zorg te dragen voor het volledig onderhoud van de zaak met toebehoren. 2.. Het is de erfpachter niet geoorloofd de grond en de eventuele opstallen zodanig te gebruiken dat zulks uit oogpunt van welstand bezwaar oplevert. 3.. Evenmin is het de erfpachter geoorloofd door het gebruik van de grond en eventuele opstallen aan derden hinder of overlast te bezorgen. 4.. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van de in de leden 1 tot en met 3 genoemde verplichtingen en verboden op een daartoe strekkend schriftelijk verzoek van de erfpachter. Indien burgemeester en wethouders ontheffing van een verbod of verplichting verlenen, kunnen zij hieraan voorwaarden verbinden, waaronder de herziening van de canon.

Rechtspraak bij dit artikel