Artikel 6 van de Wmo bepaalt het volgende:
“ Het college van burgemeester en wethouders biedt personen die aanspraak hebben op een individuele voorziening de keuze tussen het ontvangen van een voorziening in natura of het ontvangen van een hiermee vergelijkbaar persoonsgebonden budget, tenzij hiertegen overwegende bezwaren bestaan.”
De nieuwe tekst van artikel 6 lid 1 Wmo (nog niet van kracht) zal gaan luiden:
Het college van burgemeester en wethouders biedt personen die aanspraak hebben op een individuele voorziening de keuze tussen het ontvangen van een voorziening in natura of het ontvangen van een hiermee vergelijkbaar en toereikend persoonsgebonden budget, waaronder de vergoeding voor een arbeidsverhouding als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, tenzij hiertegen overwegende bezwaren bestaan.
Gevolg van deze regel is dat er drie vormen van verstrekking van individuele voorzieningen mogelijk zijn.
Allereerst is er de voorziening in natura. Dat wil zeggen dat de gemeente de aanvrager een voorziening verstrekt die hij of zij kant en klaar krijgt. De voorziening wordt verstrekt. Een alternatief voor een voorziening in natura wordt geboden in de vorm van een persoonsgebonden budget.
Naast een voorziening in natura of persoonsgebonden budget kennen wij de financiële tegemoetkoming.
Bij de voorzieningen die uitsluitend gegeven worden in de vorm van een financiële tegemoetkoming is geen verstrekking in natura mogelijk. Voorzieningen in de vorm van een financiële tegemoetkoming zijn
bouwkundige en woontechnische woonvoorzieningen (woningaanpassing), verschillende soorten vervoerskostenvergoedingen, vergoedingen voor verhuis- en inrichtingskosten, vergoedingen voor de
sportrolstoel en andere aangepaste sportvoorzieningen.
Voorlichting over gevolgen van de keuze voor een voorziening in natura of een persoonsgebonden budget
Het nieuwe artikel 6a (nog niet van kracht2) bepaalt dat het college de aanvrager vooraf in duidelijke en begrijpelijke bewoordingen de aanvrager inlicht over de gevolgen van de keuze voor een individuele
voorziening in natura, een persoonsgebonden budget, waaronder de vergoeding voor een arbeidsverhouding als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, of een financiële tegemoetkoming.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop de aanvrager door het college geïnformeerd wordt over de keuze die deze persoon heeft tussen de individuele voorziening in natura, een persoonsgebonden budget waaronder de vergoeding voor een arbeidsverhouding als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, of een financiële tegemoetkoming. De AMvB is nog niet vastgesteld.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.1
Verschillende wijzen om voorzieningen te verstrekken
Onderdeel van Beleidsregels behorende bij de Voorzieningenverordening Wmo 2010