In artikel 31 lid 2 sub r staat beschreven dat niet tot de middelen van de belanghebbende worden gerekend inkomsten uit arbeid van een alleenstaande ouder tot 12,5 procent van deze inkomsten, tot een wettelijk maximum per maand, gedurende een aaneengesloten periode van 30 maanden.
Lid 1. Vrijlating inkomsten uit arbeid lager dan de algemene bijstand
Van alleenstaande ouders die naast hun bijstandsuitkering inkomsten uit arbeid hebben
worden conform de wettelijke bepalingen en artikel 24 van de verordening een deel van de inkomsten vrijgelaten als aan de voorwaarden zoals vermeld in artikel 2.2. wordt voldaan.
Lid 2. Voorwaarden inkomstenvrijlating alleenstaande ouders
a. de uitkeringsgerechtigde de volledige zorg heeft voor een tot zijn last komendekind tot 12 jaar en
b. de periode van zes maanden, bedoeld in artikel 31 lid 2 sub n, is verstreken en
c. de werkzaamheden die uitkeringsgerechtigde verricht dragen bij tot arbeidsinschakeling en
d. de uitkeringsgerechtigde solliciteert actief naar een dienstbetrekking en
e. uitkeringsgerechtigde maakt gebruik van de mogelijkheid cq spant zich in om aantal uren uit te breiden.
Aan alle bovenstaande voorwaarden moet worden voldaan tenzij:
- uitbreiding uren of een volledige baan is gezien belastbaarheid niet mogelijk;
- uitbreiding uren of een volledige baan is niet mogelijk vanwege zorgtaken
( zorgbehoevend kind)
Na afloop van een periode van zes maanden wordt tussentijds beoordeeld of nog aan de voorwaarden wordt voldaan. De inkomstenvrijlating wordt beëindigd wanneer niet
( meer)aan de voorwaarden wordt voldaan
Lid 3. Hoogte en uitbetaling van de inkomstenvrijlating
De vrijlating is 12,5 procent van de netto inkomsten uit arbeid ( bruto bij Ioaw en Ioaz) en zijn wettelijk gemaximeerd. Uitbetaling vindt maandelijks plaats middels verrekening met de bijstandsuitkering.
Artikel 2
Vrijlating inkomsten uit arbeid alleenstaande ouder
Onderdeel van Beleidsregels Re-integratie Gemeente Meppel 2012