**1..** De verlaging wordt toegepast met ingang van de kalendermaand volgend
op de datum waarop het besluit tot het verlagen van de uitkering aan
de belanghebbende is bekendgemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van de
voor die maand geldende uitkeringsnorm.
**2..** In afwijking van het eerste lid vindt de verlaging van de uitkering
direct plaats als:
er sprake is van het niet of te laat inleveren van een
rechtmatigheidsformulier;
de uitkering in die maand nog niet is uitbetaald.
**3..** de verlaging van de uitkering vindt plaats:
voor de duur van één kalendermaand, wanneer er sprake is van
een eerste verwijtbare gedraging;
voor de duur van twee kalendermaanden, wanneer er sprake is
van een tweede verwijtbare gedraging, waarvoor hetzelfde of
een hoger verlagingspercentage geldt, binnen twaalf maanden
na de eerste als verwijtbaar aangemerkte gedraging. De duur
van de verlaging wordt verdubbeld, indien de belanghebbende
zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit
waarbij een verlaging is toegepast, opnieuw schuldig maakt
aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere
categorie. Met een besluit waarmee een verlaging is
toegepast wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te
zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 13,
tweede lid.
**4..** Het college kan bij een derde en volgende gedraging, waarvoor
hetzelfde of een hoger verlagingspercentage geldt, binnen twaalf
maanden na de laatste als verwijtbaar aangemerkte gedraging de
bijstand voor onbepaalde duur verlagen, rekening houdend met het
bepaalde in artikel 2, tweede lid, van deze verordening.
**5..** Het college kan in bijzondere gevallen de bijstand verlagen voor een
langere of voor onbepaalde duur, als de ernst van de gedraging, de
mate van verwijtbaarheid of de omstandigheden van de belanghebbende
daartoe aanleiding geven.
Hoofdstuk 3
Artikel 10
Ingangsdatum en tijdvak
Onderdeel van Afstemmingsverordening IOAW en IOAZ 2012 - 2