Het college heroverweegt de verlaging van de uitkering bedoeld
in artikel 10, vierde en vijfde lid, als de verlaging wordt
toegepast voor een periode van meer dan drie maanden, binnen de
termijn van ten hoogste drie maanden na de datum van het besluit
tot verlaging.
In het kader van de in het eerste lid bedoelde heroverweging
beoordeelt het college of en inhoeverre de omstandigheden en het
gedrag van de belanghebbende aanleiding geven te besluiten tot
beëindiging of voortzetting van het toepassen van het toepassen
van de verlaging van de bijstand.
Het college kan bij een besluit tot voortzetting van het
toepassen van de verlaging van de bijstand het percentage van de
verlaging verdubbelen, rekening houdend met het gestelde in
artikel 2, tweede lid.