Wanneer voor de ambtenaar een salarisschaal gaat gelden met een hoger maximumsalaris, wordt het salaris in de nieuwe schaal vastgesteld op het bedrag, gelegen onmiddellijk boven het salaris dat de ambtenaar in de oude schaal geniet, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 9.
Onverminderd het bepaalde in artikel 8 wordt, voor de ambtenaar op wie bijlage II van de CAR van toepassing is, het salaris in de nieuwe salarisschaal verhoogd tot een bedrag in die schaal, zodra en voor zoveel zulks nodig is om te bereiken dat het nieuwe salaris blijft uitgaan boven het salaris dat de ambtenaar in de oude schaal geniet c.q. zou hebben genoten.
Bij de overgang naar een hogere schaal wordt de ambtenaar op wie bijlage IIA van de CAR van toepassing is, ingeschaald op het naasthogere bedrag in de nieuwe schaal. In het geval dat het salarisverschil tussen dit naasthogere bedrag en het oude salaris minder bedraagt dan 75% van het salarisverschil tussen het bedrag dat de ambtenaar aan salaris zou hebben ontvangen indien hij niet zou zijn overgegaan naar de nieuwe schaal, maar in zijn oude schaal een periodieke verhoging zou hebben gekregen, en het bedrag van zijn oude salaris, wordt de ambtenaar in de nieuwe schaal ingeschaald op het bedrag dat direct volgt op het naasthogere bedrag.
Voor het in het vorige lid bedoelde percentage is bepalend het berekende percentage na afronding naar beneden op hele cijfers.
Indien de ambtenaar als bedoeld in lid 3 al op het maximum van zijn schaal wordt bezoldigd wordt bij bevordering naar de naasthogere schaal voor de 75%- norm uitgegaan van het salarisverschil tussen het naasthogere bedrag in de nieuwe schaal en het oude salaris en het salarisverschil tussen het oude salaris en de voorlaatste periodiek van de oude salarisschaal.
Hoofdstuk
Artikel 11
Salaris bij bevordering naar hogere schaal
Onderdeel van 40.1 Bezoldigingsregeling