Bij het uitzetten van geldelijke middelen uit hoofde van de
treasuryfunctie gelden naast de richtlijnen van art. 7 en art. 10.1 de
volgende richtlijnen:
a. uitzettingen vinden uitsluitend plaats bij:
- geldnemers, waarvan aan het schuldpapier een solvabiliteitsvriie
status is toegekend, of
- geldnemers, waarvan het hoofdkantoor In Nederland gevestigd is en die
minimaal over een A-rating beschikken, afgegeven door tenminste 2 van de
erkende ratingbureau's.
b. uitzettingen worden defensiever van karakter naarmate de
liquiditeitstypische looptijd van de uitzetting langer is:
- bij een looptijd korter dan 3 maanden : minimaal A-rating,
- bij een looptijd langer dan 3 maanden : minimaal AA-rating,
- bij een looptijd van 1 jaar of langer : AAA-rating (triple-A).
c. uitzettingen worden zoveel mogelijk over verschillende geldnemers
gespreid.