1.De commissie vergadert zo dikwijls als de voorzitter of tenminste drie

leden dit noodzakelijk achten.

2.De voorzitter bepaalt dag, uur en plaats van de vergadering.

De voorzitter doet van elke vergadering tenminste vierentwintig uur

tevoren aankondiging aan de leden van de commissie, indien een

adviseur aan de commissie is toegevoegd, de adviseur en, indien het

gesprek met hem plaatsvindt, de burgemeester.

3.De commissie vergadert niet als niet tenminste de helft plus één van

het aantal leden aanwezig is.

4.De commissie besluit bij de voorbereiding van een aanbeveling bij

meerderheid van uitgebrachte stemmen, waarbij elk lid één stem

heeft. Bij het staken van de stemmen over de uit te brengen

bevindingen wordt het nemen van een beslissing uitgesteld tot de

volgende vergadering. Is uitstel van de beslissing niet mogelijk of

staken de stemmen ook in die volgende vergadering, dan worden

geen bevindingen van de commissie, maar de verschillende

meningen in het verslag opgenomen.

De commissie streeft naar unanimiteit. Het gevoelen van de minderheid wordt desgewenst in het verslag tot uitdrukking gebracht.