**4.5.1.** Huisvesting bij bestaand agrarisch bedrijf
**4.5.1.1.** Verbouwing/nieuwe bebouwing binnen agrarisch bouwvlak
Onder de volgende voorwaarden wordt overwogen medewerking te verlenen aan een planologische procedure om bestaande agrarische bebouwing geschikt te maken dan wel nieuwbouw te realiseren en deze in gebruik te nemen voor de huisvesting van tijdelijke arbeidskrachten:
Het moet gaan om de huisvesting van de werknemers die op het bestaande agrarische bedrijf werkzaam zijn.
Huisvesting van tijdelijke arbeidskrachten die elders bij een agrariër werkzaam zijn is toegestaan in de structurele huisvestingslocatie, gedurende de perioden dat de huisvestingslocatie niet wordt gebruikt door eigen personeel. Het aantal te huisvesten tijdelijke arbeidskrachten van een andere agrariër mag nooit meer zijn dan het aantal werknemers dat nodig is voor het eigen bedrijf van de huisvester. Tevens mag de huisvesting van eigen tijdelijke arbeidskrachten en van derden geen belemmering opleveren voor omliggende bedrijven.
De huisvestingsgelegenheden voor het personeel worden beschouwd als bij het bedrijf behorende bedrijfsgebouwen.
Het is noodzakelijk dat voor het uitvoeren van een doelmatig beheer en toezicht een bedrijfswoning deel uitmaakt van de huisvestingslocatie. Het is niet noodzakelijk dat de huisvestingslocatie en de bedrijfswoning op hetzelfde perceel liggen onder de voorwaarde dat aangetoond kan worden dat door de ligging van de bedrijfswoning ten opzichte van de huisvestingslocatie een goed beheer en toezicht gewaarborgd is. Dit ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders. Het college toetst bij de beoordeling daarvan in ieder geval op de volgende punten. Er dient op zijn minst:
een bedrijfswoning te liggen op hetzelfde bouwvlak, dan wel;
de bedrijfswoning door middel van een gekoppeld bouwvlak is gekoppeld aan het bedrijf waar de huisvesting plaatsvindt, dan wel;
een beheerder zijn aangesteld die woont in de bedrijfswoning en belast is met het toezicht en beheer. Dit wordt gewaarborgd in de exploitatievergunning.
Het maximale aantal te huisvesten mensen bedraagt 20 personen
Indien sprake is van nieuwbouw en inpandige verbouw van een huisvestingsgedeelte bij een bedrijf ten behoeve van de geheel voor de eigen bedrijfsvoering benodigde tijdelijke arbeidskrachten, zijn woonunits niet meer toegestaan
met uitzondering van de mogelijkheid om tijdens de piekmomenten, na vooraf verkregen toestemming van de gemeente, voor maximaal 3 maanden tijdelijke woonunits te plaatsen voor de opvang van maximaal 20 personen; Na het verstrijken van deze termijn moet de bewoning in de woonunits worden beëindigd en dienen de units weer te worden verwijderd van het erf dan wel uit het zicht worden geplaatst, bijvoorbeeld binnen bestaande (agrarische) bebouwing.
**4.5.1.2.** Woonunits op agrarisch bedrijf
Het realiseren van woonunits op het agrarisch bedrijf moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Uitsluitend als voldaan wordt aan de hierna vermelde voorwaarden wordt medewerking verleend aan het plaatsen van woonunits op het agrarische bedrijf:
Woonunits mogen alleen worden geplaatst indien aangetoond is dat de bestaande bebouwing op het agrarische bedrijf in zijn geheel noodzakelijk is voor de agrarische bedrijfsvoering, althans dat de beschikbare ruimte in bestaande bebouwing niet geschikt kan worden gemaakt voor de huisvesting van de eigen werknemers;
Aannemelijk dient te worden gemaakt, dat er ook elders geen geschikte huisvesting beschikbaar is. Met aannemelijk maken dat er elders geen geschikte huisvesting is wordt bedoeld dat aannemelijk moet worden gemaakt dat er bij collega ondernemers, in de nabijheid gelegen, geen huisvesting mogelijk is.
Voor locaties die langer dan 6 maanden tijdelijke arbeidskrachten nodig hebben is huisvesting in units niet toegestaan.
Het maximum aantal te huisvesten tijdelijke arbeidskrachten bedraagt 20.
De woonunits moeten binnen het agrarische bouwvlak worden geplaatst op een vanaf de openbare weg bereikbare plaats.
De opstallen dienen binnen het bestaande bouwblok gerealiseerd te worden. Vormverandering van het bouwblok is alleen mogelijk na het volgen van een ruimtelijke procedure. In dit kader zal er slechts medewerking aan een ruimtelijke procedure verleend worden, wanneer het de oprichting van woonunits betreft die redelijkerwijs niet binnen de grenzen van het bestaande bouwblok gesitueerd kunnen worden en de noodzaak tot vergroting vanuit het oogpunt van een doelmatige bedrijfsvoering aangetoond is;
Het is mogelijk om na voorafgaande verkregen toestemming van de gemeente jaarlijks tijdens de piekmomenten tijdelijke units te plaatsen voor nog eens 20 personen gedurende een tijdvak van maximaal 3 maanden. Na het verstrijken van deze termijn dienen de units weer te worden verwijderd.
Het plaatsen/bouwen van structurele woonunits wordt geregeld met een omgevingsvergunning, nadat de mogelijkheid tot de afgifte daarvan planologisch is geregeld met toepassing van de locatiegebonden uitsterfconstructie.
Tijdelijk woonunits als bedoeld onder f worden geregeld met een melding en tijdelijke omgevingsvergunning of een andere planologische regeling.
**4.5.2.** Huisvesting op campings/recreatieterreinen
Huisvesting van tijdelijke arbeidskrachten op campings behoort tot de mogelijkheden. Daaraan worden de volgende voorwaarden verbonden:
Huisvesting mag uitsluitend plaatsvinden binnen het bestaande daartoe bestemde deel van de camping of kampeerinrichting.
Huisvesting van tijdelijke arbeidskrachten op campings/recreatieterreinen dient in alle gevallen ondergeschikt te zijn ten opzichte van het recreatieterrein, waarbij in ieder geval getoetst wordt aan aantallen en oppervlakte van de huisvesting.
Er moet een strikte scheiding wordt aangebracht tussen het recreatieve product (de camping/het park met al haar voorzieningen, standplaatsen en accommodaties) en de huisvesting voor tijdelijke arbeidskrachten. Met deze strikte scheiding moet minimaal worden bereikt dat wordt voorkomen dat er een menging ontstaat tussen twee zeer van elkaar verschillende gebruikersgroepen die zijn effect kan hebben op de beleving van het toeristisch recreatief product, zulks ter beoordeling van het college. Onder eens strikte scheiding wordt in ieder geval minimaal een fysieke scheiding bedoeld om het overlopen van het ene in het andere gebied onmogelijk te maken alsmede een aparte in- en uitgang voor zowel het recreatiegedeelte als het huisvestingsgedeelte voor tijdelijke arbeidskrachten.
In afwijking van bepaalde onder a wordt, met instemming van de provincie, voor Breebronne en de Berckt een planologische procedure ingezet waarbij uitbreiding mogelijk wordt gemaakt, specifiek voor de huisvesting van tijdelijke arbeidskrachten, onder de voorwaarde dat het bestaande recreatieterrein weer volledig wordt gebruikt voor recreatieve doeleinden en uiteraard mits overigens wordt voldaan aan de in deze beleidsnotitie genoemde voorwaarden.
Bestaande campings mogen nog met gebruik making van de onder 2.2 sub b genoemde overgangsregeling tijdelijke arbeidskrachten huisvesten in woonvormen die niet voldoen aan de uniforme huisvestingsnorm en overige regelgeving. Voor huisvesting door tijdelijke arbeidskrachten gedurende de overgangstermijn worden naast de algemene voorwaarden m.b.t oppervlakte per persoon, kookgelegenheid en sanitaire voorzieningen in ieder geval minimaal een viertal aanvullende eisen gesteld, voor zover deze niet in de regelgeving m.b.t. betreffende huisvestingvorm is voorgeschreven:
Aanwezigheid van een rookmelder volgens NEN 2555, aangesloten op het lichtnet;
Aanwezigheid van een handbrandblusser per woonvorm van minimaal 6kg aan blusstof, goed bereikbaar, herkenbaar en binnen 15 meter van de woonvorm
Voldoende verlichting van het buitenterrein;
Ten opzichte van andere bebouwing en/of woonvormen moet een minimale onderlinge brandwerendheid aanwezig zijn van 30 minuten (WBDBO 30) of een minimale afstand van 5 meter.
**4.5.3.** Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB) en Vrijkomende Niet-Agrarische Bebouwing (VNAB)
Vrijkomende agrarische bebouwing en vrijkomende niet agrarische bebouwing mag onder de volgende voorwaarden gebruikt worden voor de huisvesting van tijdelijke arbeidskrachten:
Het gebruik van een bestaande VAB of VNAB heeft de voorkeur boven nieuwbouw tegen de rode contour.
De VAB/VNAB dient gelegen te zijn binnen de gebiedstypering “kernrandzone”, “oude verdichte bouwlanden” of “ontwikkelingszone bebouwingslinten”, zoals die gebieden als zodanig zijn aangegeven in de structuurvisie buitengebied Peel en Maas.
Toepassing van het VAB-regeling is uitsluitend mogelijk voor locaties waar ook een bedrijfswoning aanwezig is.
De agrarische bestemming komt te vervallen als gevolg van toepassing van de VAB-regeling.
De locatie dient zich aansluitend op een daartoe geschikte en berekende ontsluiting te bevinden, zulks naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders.
Uitbreiding van de bestaande bebouwing is niet toegestaan, behalve als deze uitbreiding een integrale kwaliteitsverbetering van de locatie tot gevolg heeft en de extra ruimte gebruikt wordt als sport- / verblijfsruimte (sociale voorzieningen).
Het maximale aantal te huisvesten mensen dient afgestemd te worden op de omvang en ligging van het gebouw, de bereikbaarheid van de locatie en parkeervoorzieningen op eigen terrein. Bij de huisvesting van uitsluitend arbeidsmigranten geldt een maximum van 40 personen.
Er mogen geen bedrijfsmatige activiteiten gecombineerd worden met huisvesting op de locatie waar de VAB/VNAB zich bevindt.
Artikel 4.5
Short-stay accommodaties
Onderdeel van Beleidsregels huisvesting (tijdelijke) arbeidskrachten Peel en Maas, versie februari 2014