Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel Beleid stalling scootmobielen in besloten gemeenschappelijke verkeersruimten

Artikel Beleid stalling scootmobielen in besloten gemeenschappelijke verkeersruimten

Onderdeel van BELEIDSREGEL BRANDVEILIG STALLEN SCOOTMOBIELEN HELMOND 2013

Het is niet toegestaan een scootmobiel te plaatsen of te stallen in de gemeenschappelijke besloten (extra) beschermde vluchtroutes van een woongebouw (zie afbeelding in bijlage III). Bij toepassing van een gecertificeerde brandveilige en voor de gebruiker toepasbare scootmobielstalling (hierna stalling) kan een scootmobiel worden gestald in de besloten (extra) beschermde vluchtroutes van een woongebouw. De genoemde voorwaarden voor stalling van scootmobielen in niet-besloten gemeenschappelijke verkeersruimten blijven onverkort van toepassing, waarbij bij het bepalen van de vrije ruimte de afmetingen van de stalling dienen te worden gebruikt. De gelijkwaardigheidsbepaling als bedoeld in artikel 1.3 Bouwbesluit 2012, blijft op bovenstaande onverkort van kracht. Organisatorische voorschriften: De stalling dient op een vooraf bepaalde voldoende vrije ruimte te worden vastgezet, zodat deze gedurende het gebruik niet kan verschuiven. De gebruiker en de beheerder van de stalling dienen te worden geïnstrueerd door de leverancier over het juiste gebruik en onderhoud. De eigenaar van het woongebouw draagt zorg voor het toezicht op het juiste gebruik van de stalling overeenkomstig de bijbehorende handleiding. De stalling wordt periodiek gecontroleerd op defecten en correcte werking.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel