Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel Nieuwbouw

Artikel Nieuwbouw

Onderdeel van BELEIDSREGEL BRANDVEILIG STALLEN SCOOTMOBIELEN HELMOND 2013

Gezien de tendens in het scootmobielgebruik en de stalling in verkeersruimten van woongebouwen is het van belang dat gebouweigenaren en projectontwikkelaars rekening gaan houden met een (flexibele) stallingsmogelijkheid van scootmobielen. Een centrale stalling of een stalling in de bergruimte van de woning blijft het uitgangspunt. In geval van nieuwbouw is een dergelijke stalling in een woongebouw vaak te realiseren zonder dat dit ingrijpende extra bouwkosten met zich mee brengt. Het onderwerp stalling scootmobielen in woongebouwen zal daarom worden betrokken in het vooroverleg omtrent nieuw te bouwen wooncomplexen waarvan bekend is dat deze levensloopbestendig zijn of bestemd zijn voor minder zelfredzame personen of vergelijkbare doelgroepen. Aan de hand van het vluchtplan dat door vereniging van eigenaren of verhuurder dient te worden aangeleverd wordt tijdens het vooroverleg gecommuniceerd over de locatie van scootmobielen en stallingen. Bij realisatie van een centrale stalling voor scootmobielen in een woongebouw zijn er een aantal zaken waar rekening mee gehouden moet worden, wil de stalling geschikt zijn voor het beoogde gebruik. Tijdens het vooroverleg zullen de volgende aspecten worden aangehaald: het aantal stalplaatsen moet in verhouding staan tot het aantal woningen; de bereikbaarheid; de maatvoering; oplaadpunten/stroomvoorziening en ventilatie en veiligheid. Stalplaatsen in verhouding tot aantal woningen Het aantal bewoners met een scootmobiel is afhankelijk van een aantal kenmerken als leeftijd en mobiliteit, maar ook van het Wmo-beleid. Ervaringsgegevens van vergelijkbare complexen in dezelfde gemeente geven nuttige informatie.14 Bereikbaarheid De stalling moet goed bereikbaar zijn vanaf de straat en vanuit de woning. Hierbij wordt gelet op de breedte van de doorgang, hoogteverschillen (ook op drempels), het openen en sluiten van deuren, de afstelling van automatische deuren (zorg dat ze lang genoeg open staan) en draaicirkels. Ook wordt gelet op de afstand van de woning naar de stalling. Alle gebruikers van scootmobielen hebben namelijk een beperkte mobiliteit. Het college verstrekt immers pas een scootmobiel als een bepaalde afstand niet meer zelfstandig overbrugd kan worden. Meetbare eisen: Vrije breedte doorgangen is minimaal 0,85 cm. Verkeersruimte naar gemeenschappelijke stallingsruimte is minimaa 1,8 m breed. Drempel is maximaal 2 cm hoog. Eventuele dwarshelling is niet steiler dan 1:50.15 Maatvoering Er dient te worden gezorgd voor voldoende parkeerruimte, verkeersruimte en manoeuvreerruimte voor handelingen als: op- en afstappen (evt. overstappen naar handbewogen rolstoel), boodschappen overzetten en de oplaadapparatuur aansluiten. Als iemand met de scootmobiel weg is, is de parkeerruimte vaak nodig voor de handbewogen rolstoel, de rollator of voor een ander loophulpmiddel. Parkeerruimte en verkeersruimte zijn afhankelijk van de maatvoering en draaicirkel van de op dat moment gangbare scootmobielen. Meetbare eisen: De stallingsruimte dient 0,9 x 1,5 m per scootmobiel te zijn bij een afmeting scootmobiel 0,7 x 1,4 m met een h.o.h. afstand van 1,2 m. Ten minste na iedere 40 m dient een keerruimte aanwezig te zijn voor scootmobielen met een draaicirkel van minimaal 2,1 m.16 Oplaadpunten/stroomvoorziening en ventilatie Per scootmobiel is een oplaadpunt nodig. De wandcontactdozen en de plaatsingsruimte voor acculader moeten net als alle andere bedieningselementen goed bereikbaar zijn. De meeste scootmobielen hebben onderhoudsvrije droge accu’s (ook wel dry fit-accu’s of gel-accu’s genoemd). Soms worden natte accu’s toegepast. Het is daarom belangrijk dat de vloer bestand is tegen kleine hoeveelheden accuzuur. Zowel bij natte als bij droge accu’s is tijdens het opladen goede ventilatie belangrijk. Meetbare eisen: Aantal afhankelijk van aantal bewoners. één centrale stalling op maximaal 15 woningen. Alle bedieningselementen zoals wandcontactdozen en de acculader: 0,35 - 0,5 m uit de hoek ophoogte tussen 0,9 en 1,2 m boven vloerniveau.17 Veiligheid Er wordt gelet op goede verlichting, vloeren die vlak en antislip zijn, een veilige route (vermijd bijvoorbeeld dat de route vlak langs een trapgat loopt) en brandveiligheid. De elektrische installatie moet geschikt zijn voor gelijktijdig opladen van de scootmobielen. Een brandalarm met rookmelders signaleert tijdig eventuele calamiteiten bijvoorbeeld als gevolg van het opladen. Zorg daarnaast dat ook de personenalarmering in de stalling werkt. Meetbare eisen: Verlichtingssterkte van minimaal 60 lux op 1 m boven de vloer met een gelijkmatigheid van ten minste 0,5 Uh met RA-waarde van minimaal 60. Wrijvingscoëfficiënt antislipvloer minimaal 0.30, maximaal 0.90. 14 De onderstaande informatie is ontleend aan Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg http://www.kcwz.nl/dossiers/levensloopgeschikt/stalling. 15 Zie voetnoot 14 16 Zie voetnoot 14 17 Zie voetnoot 14

Rechtspraak bij dit artikel