Het is toegestaan een scootmobiel te plaatsen of te stallen in een gemeenschappelijke niet-besloten vluchtroute van een woongebouw (zie afbeelding in bijlage II), indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
Bij de plaatsing van scootmobielen in vluchtroutes van een gebouw, worden deze slechts aan één zijde van deze vluchtroute geplaatst.
Bij het plaatsen of stallen van een scootmobiel blijft voldoende vrije ruimte van de vluchtroute over namelijk:
a. Ten minste 1,2 m ter plaatse van enig punt in een (extra) beschermde vluchtroute;
b. Ten minste 0,85 m ter plaatse van maximaal 20% van de lengte van een (extra) beschermde vluchtroute;
c. Het toestaan van een plaatselijke versmalling ter plaatse van maximaal 20% van de lengte van een (extra) beschermde vluchtroute, zoals hiervoor genoemd, geldt niet indien de vluchtroute mede is bedoeld voor het verplaatsen van een bed van aan bed gebonden patiënten.
Een scootmobiel is niet toegestaan:
a. binnen een afstand van 1,5 m vanaf het hart van een toegang van een verkeersruimte;
b. binnen een afstand van 1,5 m rondom:
- voedings- en aansluitpunten van de droge blusleiding
- handbrandmelders
- blusmiddelen
- brandmeldpanelen
- overige bij calamiteiten van belang zijnde onderdelen.
c. in de ruimte gelegen voor een (brandweer)lift.
De plaats waarbinnen een scootmobiel in algemene ruimten mag worden gestald in een bouwwewordt duidelijk op de vloer gemarkeerd. Deze dient te zijn aangegeven op het vluchtplan van aan bouwwerk.
De gelijkwaardigheidsbepaling als bedoeld in artikel 1.3 Bouwbesluit 2012, blijft op bovenstaande onverkort van kracht.
Hoofdstuk
Artikel Beleid stalling scootmobielen in niet-besloten gemeenschappelijke verkeersruimten
Artikel Beleid stalling scootmobielen in niet-besloten gemeenschappelijke verkeersruimten
Onderdeel van BELEIDSREGEL BRANDVEILIG STALLEN SCOOTMOBIELEN HELMOND 2013