**1..** Het is verboden met een bedrijfsschip ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een bedrijfsschip beschikbaar te stellen buiten de door burgemeester en wethouders daartoe aan te wijzen kanaalvakken.
**2..** Binnen de krachtens het eerste lid aangewezen kanaalvakken is het verboden zonder ontheffing van burgemeester en wethouders met een bedrijfsschip ligplaats in te nemen of te hebben.
**3..** Uiterlijk binnen twaalf weken na het onherroepelijk worden van de ontheffing dient met het betreffende bedrijfsschip ligplaats te zijn ingenomen op de daartoe bestemde ligplaats.
**4..** In geval van nieuwbouw van een bedrijfsschip dient binnen 1 jaar na het onherroepelijk worden van de ontheffing ligplaats te worden ingenomen. Deze termijn kan met ten hoogste een half jaar worden verlengd.
**5..** In geval van het vergroten of substantieel wijzigen van een bedrijfsschip waarvoor een ontheffing is afgegeven, is een nieuwe ontheffing als bedoeld in het tweede lid vereist.
**6..** Het is verboden een ligplaats, waarvoor een ontheffing is verleend, voor een aaneengesloten periode van meer dan drie maanden per twaalf maanden te verlaten. In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders vrijstelling van dit verbod verlenen.
**7..** Bij een bedrijfsschip waarvoor een ontheffing als bedoeld in het tweede lid is verleend, is uitsluitend één bij het schip behorende bijboot of opduwer, niet zijnde een recreatieschip, tot een maximum van 10 m² toegestaan, tenzij naar het oordeel van burgemeester en wethouders daartegen bezwaren bestaan die verband houden met de belangen die de verordening beoogt te beschermen.
**8..** Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het bepaalde in het zevende lid voor het toestaan van een authentieke opduwer tot een maximum van 15 m².