De burgemeester zendt na afloop van ieder jaar een beknopt
verantwoordingsverslag aan de raad over het gevoerde
cameratoezicht.
Naast het verslag als bedoeld in lid 1 van dit artikel, verricht de
burgemeester een evaluatie een half jaar voor het aflopen van een
eventuele termijnverlenging zoals bedoeld in artikel 1.
Indien de in lid 1 van dit artikel genoemde evaluatie uitwijst dat
voortzetten van het cameratoezicht op de betreffende openbare
plaats(en) als bedoeld in artikel 2 lid 2 sub a, niet langer
noodzakelijk is ter handhaving van de openbare orde, besluit de
burgemeester dat het cameratoezicht op de openbare plaats(en) wordt
beëindigd.