Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Relatieve weigeringsgronden

Onderdeel van Verordening gemeentegaranties voor geldleningen 2013

1.. Onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 Algemene wet bestuursrecht kan het college de garantie weigeren voor zover: a.. er geen sprake is van continuïteit in het voortbestaan van de instelling gedurende de looptijd van de garantie; b.. redelijkerwijs kan worden verwacht dat de doelstellingen die met de garantie worden nagestreefd, niet zullen worden bereikt; c.. het risico voor de gemeente niet acceptabel is; d.. er geen sprake is van ‘goed bestuur’ van de aanvrager; e.. de aanvrager niet voldoet aan de voorwaarden en criteria voor garantieverlening die bij of krachtens deze verordening zijn vastgesteld; f.. de liquiditeitspositie van de aanvrager niet toereikend is om de rente en aflossing van de geldlening gedurende de looptijd van de garantie te voldoen; g.. garantie wordt aangevraagd omdat de kosten van garantstelling door de gemeente lager zijn dan de kosten van een garantstelling door andere instellingen; h.. de garantstelling anderszins niet past in het gemeentelijk beleid. i.. het weerstandsvermogen van de gemeente niet toereikend is of het aandeel gemeentegaranties in de risicoportefeuille van de gemeente onevenwichtig is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel