De melding gaat direct als een strikt vertrouwelijk stuk naar het bevoegd gezag . Het bevoegd gezag neemt kennis van het stuk.
Het bevoegd gezag geeft het stuk (letterlijk) in handen van een van de aangewezen ambtenaren.
De melder krijgt – voor zover bekend – binnen 5 werkdagen een ontvangstbevestiging. Daarin wordt globaal de vervolgprocedure aangegeven.
De aangewezen ambtenaren leggen de informatie van de melding naast alle andere informatie die zij beschikbaar hebben.
De informatie van de melding wordt eventueel aangevuld met voorhanden zijnde informatie.
De aangewezen ambtenaren zetten de beschikbare informatie af tegen de beoordelingscriteria .
De aangewezen ambtenaren wegen de van toepassing zijnde criteria ten behoeve van hun beoordeling. Eventueel vindt nog een vooronderzoek plaats.
De aangewezen ambtenaren stellen een advies op ten behoeve van het bevoegd gezag.
Het bevoegd gezag neemt een beslissing. Dan volgt de uitvoering van dat besluit.
Toelichting procedure
Alle anonieme en niet-anonieme meldingen die binnenkomen – bij leidinggevenden, bij de vertrouwenspersoon, bij meldpunt M – gaan direct door naar het bevoegd gezag. Leidinggevenden mogen niet zelfstandig meldingen afhandelen.
Vervolgens gaan alle stukken m.b.t. de melding naar een van de aangewezen ambtenaren (beleidsadviseur P&O, (beleids)adviseur BJZ, kwaliteitsadviseur K&A of – bij een raadslid - griffier). Deze zorgt voor het inschakelen van de andere aangewezen ambtenaren.
Criteria bij eerste beoordeling (zie voor uitwerking bijlage II):
aard van het feit;
ontvankelijkheid;
ernst van de zaak;
valideerbaarheid;
positie of persoon van de melder;
positie of persoon van de functionaris op wie de melding betrekking heeft;
geloofwaardigheid/waarschijnlijkheid
Een weging vindt plaats aan de hand van genoemde en andere denkbare criteria. Eerst worden de criteria afzonderlijk, los van elkaar, gewogen en beschreven. Dan worden de criteria met elkaar in verband gebracht. Vervolgens wordt een totaalbalans opgemaakt waarbij ook daar de overwegingen expliciet gemaakt worden.
Tot nu toe heeft er nog geen echt onderzoek plaatsgevonden, hooguit enige navraag naar wat voorhanden is. Dient er een vervolg te worden ingesteld en zo ja, welk, door wie? Is het aan de hand van voorliggende gegevens gerechtvaardigd, proportioneel en opportuun een nader onderzoek in te stellen? Zijn er onderzoeksmogelijkheden waarbij er niet of nauwelijks sprake is van inbreuk in de persoonlijke levenssfeer? Deze weging mondt uit in een beoordeling op basis waarvan een beslissing wordt genomen welke volgende stappen gezet moeten worden.
Soms kan op basis van de beschikbare informatie nog geen goed oordeel worden geveld, zeker als het gaat om een serieuze zaak en er nog weinig onderbouwing is. Dan kan worden besloten tot een vooronderzoek (zie hiervoor verder in hoofdstuk 2).
Op basis van een advies van de aangewezen ambtenaren neemt het bevoegd gezag een beslissing. Denkbare uitkomsten zijn:
melding niet ontvankelijk (bijv. persoon onbekend in de organisatie);
geen laakbare handeling of gering feit;
onvoldoende aanwijzingen of onvoldoende waarschijnlijk;
ander traject van toepassing;
aangifte bij de officier van justitie in verband met een vermoedelijk strafbaar feit;
start feitenonderzoek.