Nadat de betrokkene in staat is gesteld om zich te verantwoorden, neemt het bevoegd gezag een definitief standpunt in ten aanzien van de feiten en omstandigheden. Op basis daarvan wordt beoordeeld of er al dan niet sprake is van plichtsverzuim. Volgens vaste rechtspraak is daarvoor vereist dat “op basis van deugdelijk vastgestelde gegevens de overtuiging moet
zijn verkregen dat de desbetreffende ambtenaar zich aan de hem verweten gedraging heeft schuldig gemaakt”. Dit brengt onder meer met zich mee dat de ambtenaar het recht heeft om een toelichting op de situatie te geven.
Het bevoegd gezag heeft de plicht om niet vooringenomen te handelen, om zorgvuldig bewijs te vergaren en om zich aan andere beginselen van behoorlijk bestuur te houden.
Hoofdstuk 3:
Artikel 3.4
Vaststellen feiten en plichtsverzuim
Onderdeel van Protocol integriteitsschendingen