1.. Bij het renterisicobeheer wordt gestreefd naar beperking van het renterisico op de lange en korte schuld;

2.. Het renterisico op de lange schuld bedraagt maximaal de renterisiconorm volgens de wet FiDo;

3.. Het renterisico op de korte schuld bedraagt maximaal de kasgeldlimiet, gemiddeld over een kwartaal, volgens de wet FiDo;

4.. Rente-instrumenten (derivaten) zijn toegestaan om renterisico’s in te perken. Vooraf moet toestemming worden verkregen van het college van burgemeester en wethouders;

5.. De treasurycommissie stelt een rentevisie vast;

6.. De treasurycommissie stelt het consolidatieplan met bandbreedtes vast, waarbinnen de treasuryfunctionarissen mogen handelen;

7.. De treasurycommissie komt minimaal twee maal per jaar bijeen;

8.. Het debiteurenrisico wordt beperkt door uitzettingen te beperken tot tegenpartijen met minimaal een AAA-rating, (lagere) overheden, of door lagere overheden gegarandeerde instellingen. Hierbij moet de rating zijn afgegeven door twee internationaal gerenommeerde ratingagency;

9.. Het tegenpartijrisico wordt beperkt door rente-instrumenten alleen af te sluiten bij tegenpartijen met minimaal een AA-rating, lagere overheden, of door lagere overheden gegarandeerde instellingen. Hierbij moet de rating zijn afgegeven door twee internationaal gerenommeerde ratingagency;

10.. Marktrisico’s van uitzettingen zijn beperkt tot minimaal garantie van de hoofdsom;

11.. Door treasury worden garanties geregistreerd. Treasury zelf verstrekt geen garanties ten behoeve van derden;

12.. Valutarisico’s zijn niet toegestaan;

13.. Het is toegestaan kortlopende leningen af te dekken met een rente-instrument waarmee het renterisico voor de langere termijn wordt afgedekt. Deze combinatie van korte leningen (korter dan één jaar) met een langlopend rente-instrument (looptijd één jaar of langer) wordt beschouwd als langlopende financiering en belast daarmee de kasgeldlimiet niet.