Ten behoeve van de bepaling of een functie ongewijzigd is (zie artikel 1 Begripsbepaling, sub k) worden de functies ingedeeld in de volgende categorieën: (7)
Categorie A:
De functie is nagenoeg hetzelfde als in de oude situatie en de totaal beschikbare formatie is niet verminderd.
Categorie B:
De functie is substantieel gewijzigd en/of er zijn nieuwe taken aan de functie toegevoegd.
Categorie C:
De functie vervalt of valt in categorie A of B, maar daarbij is de beschikbare formatie lager dan het aantal medewerkers dat voor de functie in aanmerking komt.
(7) Wij hebben geen eenduidige objectieve systematiek kunnen vinden op basis waarvan bepaald kan worden of een functie 'gelijk of nagenoegd gelijk' is aan de functie die voor de organisatiewijziging gold. In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat hoe meer taakhelderheid er is binnen de functie, hoe minder discussie er is over de indeling in categorieën. Dit staat echter haaks op ons functieboek, dat uitgaat van organieke functieprofielen, waarin de taken op hoofdlijnen zijn beschreven. In dit Sociaal Statuut worden daarom algemene termen gehanteerd. Uitgangspunt daarbij is dat de werkgever aannemelijk moet kunnen maken dat de toedeling aan een categorie redelijk is. Omgekeerd zal de medewerker, als hij het niet eens is met de toedeling, aannemelijk moeten kunnen maken waarom deze toedeling niet redelijk is. In het Overzicht functie- en formatietoedeling (zie bijlage 2) wordt wel een splitsing in percentages aangegeven, omdat dit nu eenmaal nodig is voor de verdeling van het beschikbare P-budget. Ook hier geldt dat de werkgever de splitsing aannemelijk moet maken, terwijl anderzijds (bij bezwaar en beroep) de werknemer aannemelijk moet kunnen maken waarom de splitsing anders zou moeten liggen. Binnen onze organisatie gaan we uit van een open cultuur, waarin leidinggevende en medewerker bij organisatiewijzigingen overleggen over de mate waarin een functie wijzigt en de categorie-indeling die van toepassing is. Daarbij heeft uiteindelijk het college de beslissingsbevoegdheid en kan de medewerker bezwaar en beroep aantekenen tegen dit besluit (zie ook artikel 20, lid 3).