Naar hoofdinhoud

Artikel Archeologie en publiek

Artikel Archeologie en publiek

Onderdeel van Beleidsplan Archeologische Monumentenzorg

13.1 Draagvlakvergroting Archeologie heeft een duidelijke publieksfunctie. Veel mensen hebben belangstelling voor het leven dat zich vroeger afspeelde in hun eigen dorp of straat. Vooral het uitvoerende archeologische werk, zoals een opgraving, trekt vaak veel belangstelling. De resultaten daarvan leveren dan ook een belangrijke bijdrage aan het cultuurhistorisch besef en het leefklimaat binnen de gemeente. Publieksparticipatie vormt vanzelfsprekend een belangrijk onderdeel van de archeologische activiteiten in de gemeente. De betrokkenheid van de bewoners bij de resultaten van archeologisch onderzoek is meestal groot. Archeologie is namelijk spannend en appelleert sterk aan de behoefte van veel mensen om iets te weten te komen over de geschiedenis van hun leefomgeving. Opgravingen zijn bij uitstek geschikt voor het enthousiasmeren van de schoolgaande generatie. Blijvende aanwezigheid van archeologische vondsten op locatie, in een lokaal informatiecentrum of archeologisch (digitaal) museum heeft een grote toegevoegde waarde. Gedacht kan worden aan het opzetten van een regionale website over archeologie om inzicht te geven aan zowel burgers, amateur-archeologen als uitvoerende archeologische bedrijven. In verband met de nieuwe taak van gemeenten als kennisverstrekker op het gebied van archeologische waarden binnen hun grondgebied, zullen ze hun archeologische kaarten actueel moeten houden. Het is verder verstandig om bij grotere archeologieprojecten in overleg met alle betrokken partijen een communicatieplan op te stellen en eventuele kosten voor blijvende herinneringen in de projectbegroting op te nemen. Daarbij is de rol en de kennis van heemkundekring De Drijehornick ook van groot belang. Veel publiciteit, vooral in plaatselijke media voedt de historische belangstelling. Het levert ook meer draagvlak op voor de archeologie. Vrijwilligers kunnen dat stimuleren en ondersteunen. Mogelijkheden zijn: publiciteit over archeologische resultaten in de media, met vooral aandacht voor de lokale geschiedenis; mogelijkheid de opgraving te bezoeken; als vrijwilligers meewerken is er extra publiciteit en de drempel lager; gastles en/of excursies voor scholen; organiseren van tentoonstellingen; website over gemeentelijke/regionale archeologie archeologie zichtbaar maken. 13.2 Archeologie als inspiratiebron voor de nieuwe ruimte Nederland heeft een overvloed aan historie. Voor velen heeft de kwaliteit van de leefomgeving iets te maken met historische wortels. Vaak in de vorm van ankerpunten in het landschap als oude gebouwen, een boom of een sluisje, waaraan een historisch verhaal of gebeurtenis zijn verbonden. Het ontbreken van dit soort zaken wordt in nieuwe woon- en werkgebieden bewust of onbewust als een gemis ervaren. Archeologie en cultuurhistorie in het algemeen kan een tegenwicht bieden aan de toenemende eenvormigheid van onze leefomgeving. Ze draagt bij aan de identiteit die mensen ontlenen aan een gebied of plek en fungeren op die manier als inspiratiebron en kwaliteitsimpuls voor ruimtelijke opgaven. Deze denk- en werkwijze wordt ook wel ‘behoud door ontwikkeling’ genoemd, en komt voort uit de Rijksnota Belvedere. Vanuit deze doelstelling is het van belang dat bij het ontwerp en de voorbereiding van nieuwbouwplannen in gebieden waar archeologische waarden aanwezig zijn, in een zo vroeg mogelijk stadium onderzocht wordt in hoeverre archeologische resten via civieltechnische maatregelen in situ kunnen worden veiliggesteld. Wat nodig is, is een aantrekkelijke vertaalslag waarin archeologen, stedenbouwkundigen, landschapsarchitecten en kunstenaars elkaar weten te vinden. Indien we erin slagen een stukje al dan niet opgegraven geschiedenis te visualiseren in het straatbeeld dan kan dit bijdragen aan verhoging van de kwaliteit van de leefomgeving en de identiteit van stad of dorp. Op die manier kost archeologie niet alleen geld, maar is er ook sprake van return on investment. Bij inpassingsmaatregelen en archeologievriendelijke bouwen kan concreet gedacht te worden aan het vermijden van de aanleg van (parkeer) kelders, het toepassen van zogenaamde zettingsvrije constructies, het bouwen op bestaande funderingen of het toepassen van draagconstructies boven archeologisch waardevolle lagen. Bij projecten in archeologisch waardevolle gebieden of zones met een hoge verwachting waar de gemeente als (gedeelde) opdrachtgever optreedt laat de gemeente dergelijke archeologische maatregelen opnemen in het Programma van Eisen van het civieltechnisch ontwerp. Archeologische relicten, als onderdeel van het historisch- (steden-)bouwkundig en het landschappelijk erfgoed, vormen een zeer belangrijke bron van informatie en inspiratie voor de historiebeleving en lokale identiteit. Het bodemarchief van Nuenen bevat namelijk een aantal karakteristieke en “regio-eigen” bijzondere elementen, zoals meerdere watermolens en (verdwenen) kerken van middeleeuwse oorsprong. Archeologische resten die bijvoorbeeld bij opgravingen blootgelegd worden kunnen - samen met het historische verhaal dat daarmee verbonden is - een belangrijke toegevoegde waarde vormen voor de ruimtelijke kwaliteit en de ontwikkeling van de gemeente. Zij vormen de basis voor de historische identiteit en haar inwoners. Historisch en archeologisch erfgoed herinnert er aan dat cultuur met al haar facetten en waarden niet slechts op dit moment bestaat, maar ook een betekenis heeft die decennia of zelfs eeuwen ver terug in de tijd kan reiken. Daarnaast is het ontdekken, herkennen en beleven van het verleden, vooral in de eigen omgeving, ook gewoon leuk, spannend en interessant. Op locaties die zich daartoe lenen (denk aan de watermolens, oude kerkplaatsen en grafheuvels) is het aan te bevelen aan die voorgeschiedenis op gepaste wijze aandacht te schenken. Ook hierin wil de gemeente Nuenen, behalve een stimulerende rol richting ontwikkelaars, ook zelf een concrete bijdrage leveren, bijvoorbeeld via de inrichting van de openbare ruimte. In de Biografie van Peelland staan daartoe al een aantal concrete ontwikkelingsrichtingen genoemd. 13.3 Rol van heemkundekring en vrijwilligers In het verleden hebben vrijwilligers regelmatig zelf opgravingen uitgevoerd. Hier was wel toestemming van de Rijksdienst voor nodig en overleg met de provinciaal archeoloog. Hierin verandert niets. Wat wel zal veranderen is de aard van de opgraving. Wanneer er een opgraving uitgevoerd werd door vrijwilligers was dit vaak een soort ‘noodopgraving’, omdat bij grondwerkzaamheden bleek dat er archeologisch materiaal in de grond zat. Dat soort opgravingen zal zich in de toekomst minder voordoen, omdat er steeds meer vooronderzoek wordt gedaan en er meer financiering beschikbaar is voor onderzoek. Vrijwilligers zullen daardoor nog maar beperkt zelfstandig opgravingen doen. Het aantal onderzoeken gaat naar verwachting flink toenemen. Dit biedt veel kansen voor vrijwilligers om actief deel te nemen aan opgravingen. Daarnaast komen er taken bij. Vrijwilligers zullen hun kennis en betrokkenheid meer gaan inzetten voor het kritisch volgen en voeden van alle activiteiten op het gebied van de ruimtelijke ordening. De volgende rollen en taken zijn er voor vrijwilligers weggelegd: Signaleren (ogen en oren van de archeologie) Belangenbehartiging archeologie (geweten van de archeologie) Het kritisch volgen van archeologisch onderzoek Meewerken aan archeologisch onderzoek Het zelfstandig uitvoeren – in bepaalde gevallen – van archeologisch onderzoek. Dat is alleen toegestaan nadat er een negatief selectiebesluit genomen is ten aanzien van verder onderzoek. Archeologie zichtbaar maken en meewerken aan onderhoud en beheer van archeologische monumenten. Presentatie, het geven van publieksvoorlichting zodat archeologisch erfgoed een groter draagvlak krijgt. Vrijwilligersorganisatie kunnen onder auspiciën van de RACM onder een aantal condities toestemming voor een opgraving krijgen. Voor archeologische begeleiding (het 'leesbaar maken van archeologische sporen bij niet archeologische graafwerkzaamheden') is geen vergunning nodig. Het mag dus ook door vrijwilligers worden gedaan. Het verder afwerken van sporen (zoals potten uitgraven, een beerput legen e.d.) valt onder opgraven en daar is wel een vergunning voor nodig. Deze toestemming kan worden aangevraagd met het formulier “Aanvraag toestemming onderzoek door amateur- verenigingen onder opgravingsbevoegdheid RACM/art. 41”, wat te vinden is op de RACM website. Toestemming kan alleen worden verleend als sprake is van een negatief selectieadvies: dat wil zeggen dat een archeoloog in dienst van de overheid een professionele opgraving van een vindplaats niet nodig vindt. Een selectieadvies kan in principe alleen worden gegeven als een vindplaats gewaardeerd is op basis van vastgestelde waarderingscriteria. Bij een negatief selectieadvies wordt de vindplaats niet zo waardevol gevonden dat professioneel onderzoek nodig is. Deze terreinen kunnen voor de lokale historie echter toch nog interessant zijn. De RACM neemt bij een aanvraag om toestemming altijd contact op met de provinciaal (gemeentelijk) archeoloog ter bevestiging van een negatief selectieadvies. Als er van beide kanten geen bezwaar bestaat tegen het onderzoek door een archeologische werkgroep, zal de Rijksdienst schriftelijk toestemming verlenen. Aan deze toestemming worden voorwaarden verbonden, bijvoorbeeld voor rapportage. Als geen toestemming voor het onderzoek kan worden verleend zal de Rijksdienst dat eveneens meedelen. Een afschrift van de brief gaat naar de provinciaal archeoloog en de Erfgoedinspectie. Het laten begeleiden door vrijwilligers is een optie wanneer: de graafwerkzaamheden geen archeologisch doel hebben er door het bevoegd gezag geen archeologische belegleiding kan worden afgedwongen in het kader van voorschiften bij vergunningen of ontheffing van het bestemmingsplan de begeleiding niet is bedoeld voor archeologische selectie en waardering. Een praktische voorwaarde is dat het om kleine projecten moet gaan, bijvoorbeeld bij de sloop van een huis of de bouw van een stal. Indien niet aan deze voorwaarden wordt voldaan heeft begeleiding door een professioneel bureau de voorkeur en kunnen vrijwilligers zonodig ondersteuning bieden. Een archeologische begeleiding door vrijwilligers kan eventueel als voorwaarde worden opgenomen bij het verlenen van sloop- of bouwvergunningen. Indien vervolgens archeologische sporen worden aangetroffen, waarvan men redelijkerwijs kan vermoeden dat het gaat om een zaak van algemeen belang wegens hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarde, dient deze vondst verplicht gemeld te worden bij de Rijksdienst. Indien noodzakelijk kan dan alsnog professioneel archeologisch onderzoek afgedwongen worden. De gemeente Nuenen wil de bestaande kennis en initiatieven op het gebied van archeologie behouden en daar waar mogelijk stimuleren. In het nieuwe archeologisch bestel kunnen amateur-archeologen alleen nog onder supervisie van een professionele uitvoerder archeologische werkzaamheden verrichten. Alleen in bijzondere gevallen kunnen amateur-archeologen nog zelfstandig gravend archeologisch onderzoek verrichten. Op plaatsen waarvoor het bevoegd gezag formeel een negatief selectiebesluit heeft genomen of in geval van een toevalsvondst wanneer er geen andere oplossing voorhanden is, aangezien het terrein op dezelfde dag of de dag erna zal worden vergraven. Hiervoor is toestemming van de RACM nodig en er zijn een aantal voorwaarden aan verbonden (zie hoofdstuk 5.4). Daarnaast is het aan te bevelen samenwerkingsafspraken te maken tussen de gemeente en de heemkundekring waarin geregeld wordt wanneer en hoe deze werkgroep betrokken wordt in de planfase voor ruimtelijke ordening, de uitwerking van die plannen en bij uitvoerend archeologisch onderzoek. De gemeente wil dus kansen bieden aan de lokale amateurs en heemkundekring, door in haar rol van bevoegd gezag of opdrachtgever van archeologische werkzaamheden: bij de verlening van vrijstelling van archeologisch onderzoek de aanvrager te verzoeken amateur-archeologen de gelegenheid te geven tijdens de uitvoering van de bodemingrepen aanwezig te zijn en verslag te leggen van eventuele archeologische waarnemingen. Per geval zal door de gemeente in overleg met de heemkundekring bekeken worden of er aanleiding bestaat voor zo’n verzoek. in het Programma van Eisen voor gravend onderzoek op te nemen dat lokale amateurs bij de uitvoering desgewenst moeten kunnen participeren. zorg te dragen voor de inbreng van kennis en participatie van lokale amateurs bij archeologisch vooronderzoek. De gemeente Nuenen zal met de heemkundekring nadere samenwerkingsafspraken maken waarin geregeld wordt wanneer en hoe deze werkgroepen betrokken worden in de planfase voor ruimtelijke ordening, de uitwerking van die plannen en bij uitvoerend archeologisch onderzoek in 'vrijgegeven' gebieden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel