Bij ruimtelijke planvorming en ingrepen kan de nieuwe archeologiewetgeving en de beleidsmatige vertaling ervan door de gemeente grote financiële en/of organisatorische consequenties hebben. Niet alleen voor de gemeente zelf, maar ook voor grondeigenaren en -gebruikers, plannenmakers en initiatiefnemers van bodemingrepen. Gezien de grote financiële, planologische en cultuurpolitieke consequenties die aan archeologische selectiebesluiten verbonden kunnen zijn, is het van het grootste belang dat dit soort besluiten op een zorgvuldige, transparante, rechtvaardige en rechtmatige wijze tot stand komen. In ieder geval staan dit soort beslissingen open voor beroep- en bezwaar. Het bestemmingsplan moet dan ook voor alle betrokkenen inzichtelijk maken in welke gebieden archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk is en waarom op andere plaatsen niet. In dat kader wordt ook gewezen op het belang van een goede voorlichting over de consequenties van het gemeentelijk AMZ-beleid aan potentiële bodemverstoorders in en buiten de gemeente. Een en ander is mede van belang in het kader van de naderende wet Kenbaarheid Publiekrechtelijke Beperkingen Onroerende Zaken (Wkpb), waarmee gemeenten door rijk, provincie en private initiatiefnemers kan worden aangesproken op het aanleveren van betrouwbare inhoudelijke en beleidsmatige informatie over beperkingen die verbonden zijn aan een kadastraal perceel.
12.1 Maatwerk bij aanbesteding en uitvoering
Archeologie blijft uiteindelijk maatwerk. Archeologische sporen die over het hoofd zijn gezien gaan ongezien verloren, of kunnen alleen via een kostbare last-minute reddingsoperatie worden gedocumenteerd. Bovendien kan een slecht uitgevoerd AMZ-proces leiden tot discussie en stagnatie in de planprocedure en het vergunningentraject, met alle gevolgen van dien. Een dergelijke situatie verkleint de kans op succesvolle inpassing van archeologische waarden. Door de tijdsdruk is een onvoorziene (en kostbare) opgraving vaak dan nog de enige mogelijkheid die overblijft.
Een goed uitgevoerd AMZ-proces is dus van belang voor alle partijen en voor het bodemarchief.
De gemeente acht het daarom noodzakelijk om bij nieuw op te starten inrichtingsprojecten de noodzakelijke archeologische werkzaamheden van meet af aan op te nemen in de projectdefinitie, -scope en -begroting.
Bij het uitbesteden van uitvoerende archeologische werkzaamheden zal de gemeente zich opstellen als goed opdrachtgever. De opdrachtverantwoordelijke draagt in dat geval zorg voor de vastlegging van de uit te voeren werkzaamheden in een Plan van Aanpak of Programma van Eisen. Voor archeologische opgravingen en booronderzoeken is een dergelijk PvE danwel PvA altijd verplicht. Dat geldt overigens ook wanneer de gemeente de werkzaamheden in eigen beheer uitvoert.
12.2 Uit- en aanbesteden van archeologische werkzaamheden
Voor vrijwel alle archeologische werkzaamheden gelden de volgende algemene uitgangspunten:
Archeologische werkzaamheden worden in concurrentie aanbesteed met als uitgangspunt een optimale prijs-kwaliteitverhouding;
Bij de aanbesteding van archeologische werkzaamheden gelden dezelfde (Europese) aanbestedingsregels als voor andere overheidsopdrachten;
Uitvoeren of uitbesteden van archeologische veldwerkzaamheden gebeurt op basis van een Plan van Aanpak (PvA) of Programma van Eisen (PvE). Hierin zijn de kwalitatief-inhoudelijke eisen verwoord;
Er wordt gewerkt met archeologische bedrijven en instellingen die erkend zijn en werken volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA);
In de verschillende fasen van het werk wordt toezicht gehouden op de uitvoering en waar nodig geëvalueerd en bijgestuurd;
Zo mogelijk wordt de inbreng en participatie van lokale deskundigheid (amateurarcheologen, historische verenigingen, e.d.) als voorwaarde in de opdrachtverlening meegenomen;
De gemeente speelt een actieve rol bij het uitdragen van de onderzoeksresultaten, zowel aan de archeologische vakwereld als aan inwoners van de gemeente en belangstellenden.
12.3 Kwaliteitsborging
Met de implementatie van de nieuwe Monumentenwet is eenieder die beroepshalve archeologische werkzaamheden verricht, gehouden aan de uitvoeringseisen, zoals geformuleerd in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). De gemeente heeft de plicht om bij het uitvoeren van archeologisch onderzoek erop toe te zien dat dit gebeurt door daartoe toegelaten bedrijven en conform de procedures en specificaties van de KNA. Dat geldt zowel voor de werkzaamheden waarvoor de gemeente als opdrachtgever fungeert als voor werkzaamheden die door de gemeente op grond van een vergunningaanvraag verlangd worden van initiatiefnemers.
Archeologisch (vervolg)onderzoek dient altijd plaats te vinden op basis van een Plan van Aanpak (PvA) of een goedgekeurd Programma van Eisen (PvE). Indien de gemeente (mede)initiatiefnemer is, wordt geadviseerd hieraan een financiële raming toe te voegen. In het betreffende document dient de specifieke vraagstelling voor het onderzoek gekoppeld te worden aan een op de locatie toegesneden onderzoeksstrategie. De archeologische vraagstellingen dienen aan te sluiten bij landelijke en regionale wetenschappelijke onderzoeksthema’s. De recent verschenen Nationale Onderzoeksagenda Archeologie (NOaA) kan hierbij een belangrijke inspiratiebron zijn. Op dit moment wordt bij het uit- en aanbesteden van archeologisch vervolgonderzoek meestal gewerkt op basis van richtlijnen van de provincie. Met de terugtredende rol van de provincie kan het nuttig zijn hiervoor een eigen set van richtlijnen op te (laten) stellen.
12.4 Informatievoorziening en kennismanagement
Met de invoering van de Wamz heeft de archeologie binnen gemeenten niet langer een vrijblijvend karakter. Het is dan ook van het grootste belang dat:
alle betrokkenen binnen de gemeentelijke organisatie op de hoogte zijn van het gemeentelijk archeologiebeleid en de eisen die dit met zich meebrengt ten aanzien van ruimtelijke ingrepen;
er op gemeentelijk niveau nauwe afstemming en heldere werkafspraken worden gemaakt tussen de sectoren cultuur(historie), ruimtelijke ordening, milieu, e.d.;
Hetzelfde geldt voor diensten en sectoren die (ook kleinschalige) bodemverstorende ingrepen plegen (o.a. groenvoorziening);
inwoners en andere potentiële bodemverstoorders helder en eenduidig worden geïnformeerd over het gemeentelijke archeologiebeleid. Dat wil zeggen de vastgestelde eisen op het gebied van de AMZ, het veroorzakerprincipe (de verstoorder betaalt de kosten van vooronderzoek en opgraving), eventuele gemeentelijke bijdrageregelingen, e.d.
resultaten van archeologisch onderzoek beschikbaar komen voor het publiek c.q. de inwoners van de gemeente.
De gemeente kan door zowel Rijk, provincie, als particuliere initiatiefnemers aangesproken worden op het aanleveren van betrouwbare (inhoudelijke en beleidsmatige) informatie en een transparant en verantwoord selectiebeleid. Het is voor de gemeente in de nieuwe systematiek dus strategisch en organisatorisch van groot belang om zelf steeds over een zo volledig mogelijk en actueel overzicht van de samenstelling van het eigen bodemarchief te kunnen beschikken. De beleidskaart is in dat kader een belangrijk instrument, dat echter up-to-date moet worden gehouden. Alle relevante informatie uit archeologisch onderzoek binnen de gemeente dient beschikbaar te komen voor de verdere ontwikkeling van het gemeentelijk beleid en voor presentatie en publicatie. Uiteindelijk moet alle nieuwe informatie in een goed functionerend informatiesysteem terechtkomen en gebruikt kunnen worden voor het actualiseren van de gemeentelijke beleidskaart. De beleidskaart kan het beste eenmaal per vijf jaar worden aangepast, waarbij nieuw gegenereerde kennis en informatie wordt gebruikt voor het bijstellen van de grenzen van de verwachtingszones.
De gemeente zal zelf een sturende rol gaan vervullen op het gebied van informatie- en kennismanagement. Archeologische onderzoeksrapporten en andere archeologische documentatie zal binnen de gemeente centraal worden gearchiveerd. Het Programma van Eisen kan daarbij een belangrijke rol vervullen. Daarin wordt immers vastgelegd hoe de overdracht van documentatie en vondstmateriaal aan de gemeente (en het provinciale archeologisch depot) plaatsvindt. De gemeente zorgt ervoor dat hierin een standaardeis wordt opgenomen.
Artikel Voorbereiding en uitvoering van archeologische (voor)onderzoek in de gemeente Nuenen
Artikel Voorbereiding en uitvoering van archeologische (voor)onderzoek in de gemeente Nuenen
Onderdeel van Beleidsplan Archeologische Monumentenzorg