Naar hoofdinhoud

Artikel Inventarisatie van de archeologische en historische gegevens

Artikel Inventarisatie van de archeologische en historische gegevens

Onderdeel van Beleidsplan Archeologische Monumentenzorg

De informatie uit landelijke en provinciale bronnen geven slechts een globale indruk van de archeologische waarden en verwachtingen op gemeentelijk grondgebied. Besluitvorming alleen op basis van die bronnen is niet zonder risico’s. Door een gemeentelijke waardenkaart op de juiste schaal op te (laten) stellen krijgt de gemeente een betrouwbaarder en gedetailleerder inzicht in de aard en ligging van archeologische waarden en verwachtingen. Hoewel er vaak uit praktische overwegingen een scherpe grens wordt getrokken tussen historische geografie en archeologie is het evident dat de geschiedenis niet ophoudt als men bovengronds komt. Voor een compleet beeld van de geschiedenis is het daarom noodzakelijk aandacht te besteden aan zowel archeologische als historische en historisch-geografische relicten en elementen. Het landschap, waarin en waarop dergelijke resten en elementen verankerd zijn, is hiervoor het ideale uitgangspunt. 6.1 Methode van onderzoek Voor het maken van de gemeentelijke verwachtingenkaart, is bureauonderzoek uitgevoerd waarbij aandacht is besteed aan de volgende zaken: Landschappelijke kenmerken. Gegevens over het reliëf, bodem, geomorfologie en waterhuishouding geven in samenhang inzicht in de landschappelijke kenmerken van de gemeente. Voor het verzamelen van landschappelijke gegevens zijn topografische kaarten, geomorfologische en bodemkaarten, het Actueel Hoogtebestand Nederland en historische kaarten geraadpleegd. Archeologische kenmerken. De inventarisatie van archeologische gegevens heeft plaatsgevonden aan de hand van ARCHIS, het archeologische informatiesysteem van de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten en de Archeologische Monumenten Kaart (AMK) in combinatie met inventarisatie van archeologische en historische gegevens van amateur-archeologen en archeologische en historische bronnen in lokale en regionale literatuur. Gegevens van historische kaarten en literatuur. Aan de hand van historische kaarten en literatuur kan worden bepaald waar in de 16e -19e eeuw, en mogelijk reeds in de Late Middeleeuwen kerken, kastelen, hoeven, wegen, bruggen, schansen, perceelscheidingen etc. lagen. Het gaat om gegevens over de inrichting van het historische cultuurlandschap. Verstoringen van het bodemprofiel. Voor het bepalen van de omvang en de diepte van verstoringen zijn gegevens over afgravingen, egalisaties en ander grondverzet verzameld en in kaart gebracht. De diepte tot waarop is afgegraven of geëgaliseerd, bepaalt mede of aan een zone geen archeologische verwachting of een lage, middelhoge of hoge archeologische waarde wordt toegekend. De informatie over archeologische vindplaatsen is afkomstig van verschillende bronnen: het ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS) van de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten [RACM]); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK; ROB, 2003); de archeologische inventarisatie in het kader van de Biografie van Peelland, met daarin gegevens van de heemkundekring Nuenen verwerkt; lokale historische literatuur en historisch kaartmateriaal. Opgemerkt moet worden dat alleen de archeologische vindplaatsen zijn meegenomen. Bestaande bouwkundige monumenten zijn buiten beschouwing gelaten. Voor het onderzoeksproject Biografie van Peelland zijn alle Archisgegevens en archeologische en historische gegevens, afkomstig van de heemkundekringen in de regio Peelland (gemeenten Gemert-Bakel, Laarbeek, Deurne, Asten, Someren, Helmond, Mierlo en Nuenen), samengevoegd in een database en ruimtelijk gekoppeld aan de verschillende digitale bodem- en geomorfologische eenheden. Als basis voor de kaart is de Grootschalige Basis Kaart Nederland gebruikt en de digitale geomorfologische kaart en digitale bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000. Voor het invoeren van archeologische waarnemingen is door de SRE Milieudienst een geografisch gerelateerde database ontwikkeld met behulp van het programma ArcGis. In deze database werden ook verschillende vindplaatsen verwerkt die vooralsnog niet in ARCHIS geregistreerd waren. Deze vindplaatsen zijn in de afgelopen eeuw aan het licht gekomen, dankzij de inzet van talloze amateur-archeologen tijdens veldkarteringen en inspecties van graafwerkzaamheden (zoals bouwputten, egalisaties en rioolvervanging). Ondanks de niet systematische en geringe (professionele) onderzoeksintensiteit is het bodemarchief van Nuenen van niet te onderschatten betekenis en ligt er nog het nodige in de bodem verborgen. Natuurlijk zijn al die vindplaatsen niet even belangrijk. Soms gaat het slechts om een losse vondst van een enkele potscherf. Alles bij elkaar geven al deze waarnemingen echter een redelijk gedetailleerd beeld van aard, variëteit en kwaliteit van het Nuenense bodemarchief. De database is opgebouwd uit de hoofdcategorieën: nederzetting, grafveld, depot en overig. Voor de Middeleeuwen worden meerdere categorieën toegevoegd. Dit zijn onder andere kerk, kapel, kasteel, (water-)molen en hoeve. Binnen de categorieën is een onderscheid gemaakt in zeker en mogelijk. Het verschil wordt aangegeven door het plaatsen van een ”?”. Categorieën worden zeker genoemd wanneer bij (archeologisch) graafwerk grondsporen zijn aangetroffen. Zij worden ‘mogelijk’ genoemd, wanneer in ARCHIS staat vermeldt dat het een voorlopige categorie betreft. Losse vondsten vallen onder de categorie ‘overige’, tenzij het om vondsten gaat die naar de aard van het materiaal en de vondstomstandigheden tot ‘deposities’ gerekend kunnen worden. De vondsten van de heemkundekringen worden in zijn algemeenheid als ‘overige’ gecategoriseerd wanneer alleen enkele scherven gevonden zijn. Wanneer een vondstmelding een grote hoeveelheid scherven betreft, wordt de betreffende categorie als ‘mogelijk’ aangemerkt. Alle informatie is direct overgenomen uit ARCHIS en van de betreffende heemkundekringen, wat betreft vondsten èn datering. De gegevens uit het bureauonderzoek worden in samenhang geanalyseerd en beoordeeld. De integratie van landschappelijke, archeologische, bouwhistorische en historisch-geografische gegevens vormen de basis voor het toekennen van een verwachtingswaarde aan een (nader te begrenzen deel) van een gebied of terrein. Aan de hand van drie kaarten wordt de verwachting inzichtelijk gemaakt: de basiskaart, de archeologische verwachtingen- en waardenkaart en de archeologische beleidskaart (bijlagen 5, 6 en 7). Op de basiskaart worden de bekende archeologische gegevens op het gecombineerde kaartbeeld van bodem en geomorfologie in combinatie met een topografische ondergrond, weergegeven. Voor de volledigheid worden op de basiskaart ook gegevens van historische kaarten (bijvoorbeeld watermolens en kasteelterreinen) maar ook mogelijk verstoorde terreinen afgebeeld. De tweede kaart is een verwachtingen- en waardenkaart. Op deze kaart worden op een topografische ondergrond aan de hand van het regionaal opgestelde archeologische verwachtingsmodel zones met een lage, middelhoge en hoge archeologische verwachting, archeologisch waardevolle gebieden en archeologische monumenten als vlakken aangegeven. Ook zijn voor de volledigheid weer de zones aangegeven van de mogelijk verstoorde terreinen. Op de beleidskaart worden de vastgestelde voorschriften met betrekking tot de archeologische verwachting of waarde per gebied inzichtelijk gemaakt. Deze beleidskaart is de vertaling van het archeologiebeleid naar de bestemming van de gronden en dient als uitgangspunt voor de bescherming van het archeologisch erfgoed in bestemmingsplannen en erfgoedverordening. 6.2 Verwerking van de gegevens Ten behoeve van het opstellen van het verwachtingsmodel is getracht een zo compleet mogelijk overzicht op te stellen van de in het onderzoeksgebied aanwezige archeologische vindplaatsen. In totaal zijn binnen de gemeente Nuenen 129 archeologische vindplaatsen en 43 archeologische onderzoeken bekend (zie ook bijlage 3: status op 1 december 2008). In onderstaande tabel zijn de aantallen archeologische vindplaatsen per bron weergegeven. Bron Aantal vindplaatsen ARCHIS 57 AMK 12 Onderzoeken 43 Biografie/heemkundekring 60 Eén ARCHIS-vindplaats (waarnemingen, monumenten en vondstmeldingen) kan betrekking hebben op meerdere perioden (bijvoorbeeld IJzertijd en Romeinse tijd). In zo'n geval heeft het ARCHIS waarnemingsnummer betrekking op één vindplaats uit de IJzertijd én op één vindplaats uit de Romeinse tijd. Ook kan het zijn dat één ARCHIS-waarnemingsnummer betrekking heeft op meerdere complextypes (bijvoorbeeld nederzetting en grafveld). Om de beschikbare vindplaatsgegevens te kunnen gebruiken in het verwachtingsmodel zijn de gegevens eerst verwerkt, waarbij ze opnieuw zijn ingedeeld naar datering en complextype. Voor de onderverdeling naar perioden is gekozen voor een zo algemeen mogelijke indeling die in belangrijke mate op de indeling van ARCHIS is gebaseerd. Waar dit niet het geval is, is ervoor gekozen de gegevens zoveel mogelijk wel zo in te delen. Dit heeft geleid tot een indeling zoals hieronder is weergegeven. Voor onderhavig onderzoek is een onderscheid gemaakt tussen de volgende archeologische perioden, namelijk; 1. Steentijd (300.000 – 2.000 voor Chr.); 2. Bronstijd (2.000 - 800 voor Chr.); 3. IJzertijd (800 - 12 voor Chr.); 4. Romeinse tijd (12 voor Chr. - 450 na Chr.); 5. Middeleeuwen (450 - 1.500 na Chr.); 6. Nieuwe tijd (1.500 na Chr. - heden). Helaas kunnen een aantal vindplaatsen niet exact op periode gedateerd worden. Voor deze vindplaatsen is de periode 'Ongedateerd' toegevoegd. Indeling in bovenstaande perioden betekent ook dat een aantal vindplaatsen zijn samengevoegd. Uit onderstaande tabel blijkt dat er vooral veel vindplaatsen uit de Middeleeuwen en IJzertijd bekend zijn, daarnaast zijn ook de Romeinse tijd en Nieuwe tijd ruim vertegenwoordigd. Vindplaatsen uit de Bronstijd komen minder voor. Datering Aantal vindplaatsen Steentijd 19 Bronstijd 6 IJzertijd 36 Romeinse tijd 22 Middeleeuwen 52 Nieuwe tijd 24 Totaal 159 Op grond van de vindplaatsgegevens kunnen archeologische vindplaatsen worden onderverdeeld in complextype (nederzetting, grafveld, grafheuvel, kasteelheuvel, rituele depositie, etc.). Van een aantal vindplaatsen is dit complextype bekend, van de meeste echter niet. Voor de vindplaatsen waarvan het complextype niet bekend is, is op basis van expert judgement het complextype bepaald. Wat betreft de complextypen van de archeologische monumenten van Nuenen gaat het in drie gevallen om een grafveld of urnenveld, in zeven gevallen om nederzettingen, een maal om een klooster en een kerk. Een aparte groep daarin betreft de oude bebouwing en de begrenzing van de oude dorpskern van Nuenen. Een groot deel van de Nederlandse dorps- en stadskernen is in de loop van 2007 door de RACM toegevoegd aan de Archeologische Monumentenkaart, op grond van het belang van deze locaties, waar de (laatmiddeleeuwse) wortels van de huidige dorpen of steden kunnen liggen. Opgemerkt moet echter worden dat de locaties niet representatief zijn voor de Vroege- en Volle Middeleeuwen en dat een aantal kernen ontbreken, waaronder Gerwen. De begrenzing van de historische dorpskern Nuenen is afkomstig van de zogenaamde ‘Bonnekaarten’ uit het begin van de 20e eeuw. De gegevensbestanden zijn zodanig opgezet dat het waarnemingen op verschillende niveaus ontsluit: Vindplaatsniveau: per vindplaats kunnen meerdere waarnemingen worden ingevoerd. Per waarneming kunnen onder meer worden ingevoerd: inventarisatienummer (het nummer waaronder de waarneming in het betreffende archief opgeslagen is), topografische coördinaten, de wijze van verwerving en documentatiegegevens. Complexniveau: hier worden vondst- en/of sporencomplexen vermeld. Opgenomen is informatie over onder andere complextype (van graf tot nederzetting of onbepaald) en datering (van Paleolithicum tot en met Nieuwe Tijd). Landschapsniveau: vindplaatsen en complexen worden gekoppeld aan de geomorfologische eenheid en bodemsoort (inclusief grondwatertrap) waar ze in voorkomen. Samenvattend kan gezegd worden dat een vindplaats meerdere waarnemingen kan bevatten en dat elke waarneming op haar beurt weer meerdere vondstcomplexen uit meerdere perioden kan bevatten.

Rechtspraak bij dit artikel