De gemeentelijke klachtbehandelaar maakt een rapport van bevindingen
op en zendt dit rapport vergezeld van het advies en eventuele
aanbevelingen, aan het bestuursorgaan. Het rapport bevat het verslag
van het horen.
Het bestuursorgaan stelt de klager en degene tegen wie de klacht is
gericht op grond van het bepaalde in art. 9:11 Awb binnen tien weken
na ontvangst van het klaagschrift schriftelijk en gemotiveerd in
kennis van de bevindingen van de gemeentelijke klachtbehandelaar
alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
Indien de klacht niet binnen de termijn als bedoeld in het tweede
lid kan worden afgedaan, kan de afdoening voor ten hoogste vier
weken worden verdaagd. Van de verdaging wordt schriftelijk
mededeling gedaan aan de klager en aan degene op wiens gedraging de
klacht betrekking heeft.
Het bestuursorgaan deelt hierbij mede, dat de klager, indien deze
niet tevreden is over de uitkomst van de klachtbehandeling, zijn
klacht kan voorleggen aan de Nationale ombudsman.